Jo Röpcke stierf in Cannes op 24 mei 2007, een jaar geleden. Dat zegt alles over de man. Nederlandse lezers worden hier wellicht niet wild van, maar voor Belgen boven de dertig was Jo Röpcke een monument zonder voorgaande. Een van de drie, vier vakmensen die bijna dertig jaar woog op het geweten van de Vlaamse jeugd. Toch deed de man niets anders dan in een stoel zitten en over film praten.
Van 1962 tot 1991 presenteerde hij voor de BRT het filmprogramma PREMIÈRE. Zag je Jo op het scherm, wist je dat het donderdag was. Hij had elke keer een zevental fragmenten bij van films die net uit waren in de bioscoop. Resultaat van een hele week in het donker zitten en onderhandelen met de uitbaters om een bepaald fragment van zijn keuze uit te zenden. Het was drie decennia lang het enige filmprogramma op tv. Iedereen keek ernaar (uit). Om na afloop onmiddellijk over te schakelen op LE CARROUSEL DES IMAGES van Sélim Sasson op RTBF, die het ook lang heeft uitgezongen. Een blinde zag meteen de verschillen in presenteerstijl. Sélim deed het met Latijns brio, hoorde zichzelf graag praten. Sélim schuwde bovendien man en paard niet.

Als kleine jongen -zowat tien ten tijde van Goldfinger- kende ik wel de impact van James Bond maar had nog geen Bondfilm achter de kiezen. De eerste films waren KNT en voor een Bondfilm op tv was het zo’n dertig jaar te vroeg. Ik meen dat ik You only live twice als eerste Bondfilm mag markeren. Dr No tot en met Thunderball heb ik later ingehaald.

Bovenstaande titel, tagline van GOLDENEYE, leen ik even omdat de gelegenheid zich perfect aandient: jullie kennen me immers niet, nog niet.

Als nieuwbakken columnist op deze Misdaadsite past het dat ik me eerst voorstel voor ik jullie bekogel met mijn zogenaamde kennis van zaken. Niet dat je die kennis met een korreltje zout zou moeten nemen, maar ik wil me niet mooier voordoen dan ik ben.