Oooooh James !

Hoe ik Bond niet leerde kennen

Als kleine jongen -zowat tien ten tijde van Goldfinger- kende ik wel de impact van James Bond maar had nog geen Bondfilm achter de kiezen. De eerste films waren KNT en voor een Bondfilm op tv was het zo’n dertig jaar te vroeg. Ik meen dat ik You only live twice als eerste Bondfilm mag markeren. Dr No tot en met Thunderball heb ik later ingehaald.

Toch, op de speelplaats werd Bond een rage. Ik kan niet goed traceren hoe precies, maar vooral voor Oddjob en de gouden Shirley Eaton produceerden onze jongensharten een diepe roffel. Ik geloof dat er al kaartjes waren om uit te wisselen, misschien zelfs een speelgoedautootje, of anders zagen we dat wel in een etalage. James Bond begon langzaam maar zeker een rolletje te spelen in ons jonge leven. Naast Zorro, Winnetou en de verschrikkelijke sneeuwman uit Kuifje uiteraard. Ik denk dat het zelfs te vroeg was voor ons Vlaams oerfeuilleton: Kapitein Zeppos. Tuurlijk, Schipper naast Mathilde speelden ze wél, maar dat was voor de grote mensen.
Kortom, ziedaar mijn universum als kleine pagadder. Mijn helden waren van karton. Veel verder ging dat niet. Ik moest nog uit de korte broek.
Eén keer werd daar een uitzondering op gemaakt: toen mijn ouders me meenamen naar de autocinema. In Antwerpen moet je weten, bestond er heel lang zo’n drive-in kinema, met k. Een heel eind weg, ik denk in Schoten of ’s Gravenwezel, en het was uiteraard altijd goed donker. De juffrouw aan de kassa reikte mijn ouders zo’n primitief geluidkastje aan. Dan met je auto op het terrein, halve meter van je buren, en dan met z’n allen naar een groot scherm kijken. Het kastje hing je aan je autoraampje. Ik vond er geen bal aan, want het werkte vaak niet naar behoren, de klank klonk hol en weersomstandigheden speelden hun rol. Van op de achterbank was het bovendien niet comfortabel kijken. Jezus, waar was Sensurround als je dat nodig had? Het spannendste moment was ongetwijfeld de rondgang van de frisko-man. Als het niet regende, wel te verstaan.
Maar, cut the nostalgics, die dag maakte mijn vader mij dus wijs dat we naar James Bond gingen kijken. Die dag aanschouwde ik voor het eerst Sean Connery. Uit de nevelen van mijn kindergeheugen herinner ik me een serieus kijkende vent, iemand die een constante dreiging uitstraalde. Dat stukje klopte alvast. Verder vond ik het maar niks dat James Bond nauwelijks in een auto stapte, geen revolver droeg, een ware kletskous was en op de koop toe door een roodharige vrouw in de doeken werd gedaan. Tot het eind zat ik te wachten op wat actie, die er uiteindelijk niet kwam. Als dit James Bond was, konden ze die voortaan voor mij wel inpakken. Mijn vader maakte me blij met een dode mus. De maandag daarop deed ik goede zaken met mijn Goldfingerkaartjes.

Nu, Jaren later vind ik MARNIE nog steeds een van de zwakste Bondfilms. Komt waarschijnlijk omdat die van Hitchcock is. Ha, den Hitch, maar dat is een ander verhaal.
Doch die blik, dat charisma van Sean Connery is me de rest van mijn leven bijgebleven. Ken je meteen mijn favoriete Bondacteur.

From Raymond, with Love