Oooooh James !

You don't know the Name, or the Number

Bovenstaande titel, tagline van GOLDENEYE, leen ik even omdat de gelegenheid zich perfect aandient: jullie kennen me immers niet, nog niet.

Als nieuwbakken columnist op deze Misdaadsite past het dat ik me eerst voorstel voor ik jullie bekogel met mijn zogenaamde kennis van zaken. Niet dat je die kennis met een korreltje zout zou moeten nemen, maar ik wil me niet mooier voordoen dan ik ben.

Ik ben een eenvoudige sinjoor, wiens leven dringend nodig was in de Zuidelijke kolonie, die jullie gewoonlijk Mechelen noemen. Ik doe al vijf decennia mijn best niet in zeven sloten tegelijk te sukkelen. Met vallen en opstaan heb ik toch twee kwaliteiten verworven die jullie hier op gvm.be van pas gaan komen.

Vooreerst vermaak ik me al geruime tijd met schrijven. Van de primaire functies die een mens tot een persoonlijkheid kunnen maken, koos ik er ééntje uit waarin ik wat minder gemiddeld ben dan de meesten. Dat mag wel, ik kan immers niet zingen, praat niet als Cicero, doe dik dertig seconden over de honderd meter en haal heel misschien een 6,5 bij schoonheidswedstrijden op voorwaarde dat ik mijn kleren mag aanhouden.

Kwaliteit twee doet wellicht iets meer ter zake. Ik ben immers wis en waarachtig een James Bondkenner. Een Bond-o-fiel, een Bond-Master, een Bondoloog derde dan. Niet meer of minder. Dat zit zo.

Lang geleden, toen geld voor mij nog geen prioriteit was, won ik op VTM de vraag van 1 miljoen, met als onderwerp James Bond. Door de aard van dat bedrag haalde de quiz deftige kijkcijfers, zodat de eerste winnaars konden rekenen op een kortstondige bekendheid. Vijf keer prime time, met als issue: haalt ie het of haalt ie het niet? Ik haalde het. Vandaar dit borstgeklop.

Terecht. In de aanloop naar mijn James Bond tentamen, richtte ik een éénmans universiteit op waarin ik cum laude afstudeerde op de James Bondfaculteit. Ik droomde Bond, ratelde generieken af, kon alle dialogen achterstevoren opzeggen, totdat ik op den duur kon vermoeden welke stuntvrouw het met welke cameraman aanlegde.

Het televisieoptreden kende een vervolg: het boek DE JAMES BOND SAGA, uitgegeven door TEEK in 1995. Teek was een entertainment magazine waarvoor ik kortstondig mijn filmkunde mocht etaleren. Totdat zij besloten niet exclusief meer over film te gaan, maar ook media, kunst, letteren en muziek aandacht gaven. Ze kregen pretentie, met andere woorden. Gevolg: het overtallige aantal filmmedewerkers werd beleefd de achterdeur gewezen. De toenmalige hoofdredacteur probeerde voor mij de pil te verzachten door dit boek voor te stellen. Dacht waarschijnlijk zo van mij af te zijn, maar een klein jaar nadien moest hij het nog uitgeven ook. En ik, ik moest plots niet alleen alles wéten over Bond, ik moest er nog een mening over hébben ook. In kranten, op tv of radio ventileren alsof ik de neergedaalde Messias was inzake Bondkunde. De Christus, Jezus Christus 007. Heb ik overigens met majesteitelijk plezier gedaan.

In samenspraak met de redactie van gvm.be zal ik regelmatig een column publiceren. Gaandeweg zal ik James Bond als metafoor gebruiken voor meer diverse onderwerpen. Jullie mogen zowat alles van mij verwachten, van beat tot jazz. Van ampersand tot Zeus. Eén spelregel, toch. Ik heb er geen moeite mee als er wat commentaar deze kant wordt op gesmeten, maar houd het netjes en to the point. Speel de bal en niet de man. Wie weet wordt hier dan gauw The World not enough.

From Raymond, with Love