Armoede in Vlaanderen

Eurostat leverde haar jaarlijkse cijfers af, midden oktober. Daaruit blijkt dat armoede toeslaat bij 30 % van de mensen die niet werken, en bij 5 % van wie wel werkt. 35 %. In Vlaanderen. 2016.

Begin oktober publiceerde ook de organisatie Deceniumdoelen haar armoedebarometer 2017. Hun conclusie: kinderarmoede blijft stijgen. Een op de acht kinderen is arm. In Vlaanderen. 2016.

Niet denken dat die kinderen allemaal op straat de hand uitsteken voor een aalmoes. Neen, déze kinderen zitten verborgen in de buidel van onze maatschappij. Ze proberen niet op te vallen. Dat laatste is niet zo heel moeilijk, want hun ouders kunnen hun sociale doorbraak toch niet betalen. Niet alleen die kinderen zijn arm, ook dubbel zoveel ouders, al dan niet gescheiden. Dat kietelt de witte ridder in mij.

Die armoedebarometer is een objectief instrument dat alle vermoedens bevestigt: onze maatschappij valt meer en meer uiteen in een wereld met twee snelheden. Het bovenste stuk van de piramide bestaat hoofdzakelijk uit tweeverdieners, die krampachtig proberen in de ratrace te blijven door hun twee kinderen te onderhouden in hun woning en twee auto’s. Waardoor ze driemaal per jaar nood hebben aan vakantie. Problemen, problemen. Druk, druk.

Verdoken zitten alle werklozen, zieken, gepensioneerden en voeg daar stilaan maar de alleenstaande ouders aan toe. Een maandelijkse uitkering van duizend euro, vaak minder, is echt niet genoeg om te leven. Een huishuur verteert minstens de helft, elektriciteit een kwart. De rest dient om te overleven. Hoewel we dit beleven, moeten we dit niet aanvaarden.

Als de rekening van de regering niet klopt, komt ze met de bedelstaf rond. Zoals de middeleeuwse kasteelheer zijn belasting kwam innen bij de lijfeigenen. Een lijst van alle bestaande belastingen moet intussen een dik boek geworden zijn.

Als de rekening van de kleine man niet klopt, moet hij andere maatregelen nemen. Geen internet, betaal-tv, gsm of auto. Niet te betalen. Armoede is kiezen tussen te voet gaan of de bus pakken. Nog maar eens boterhammen met choco. Kleren kopen tijdens solden, of beter, op rommelmarkten. Gelukkig moet de wasmachine nooit worden vervangen, want die heb je toch niet. Je gaat immers naar de wassalon. Je flashet iemand als je wilt gebeld worden. Op café ga je nooit. Thuis zit je met een trui, zonder verwarming. Je eet nooit vis, tenzij haring. Je tankt voor vijf euro. Je “verzamelt” suikerklontjes. Tandpastatubes knip je door, je vermijdt de tandarts, kookwater gebruik je voor de afwas, die je met de hand doet. Je leeft gezond want geld voor sigaretten of drank heb je toch niet. Alleen stank is gratis. Je ademt armoede. Je ziet er niet uit. Dàt is armoede in Vlaanderen, 2016.

Voor een keer doe ik geen naïeve poging om een druppel te plengen in de Kalahari. Want ik sta aan de rand van die woestijn, en merk dat ik er bij God niet alleen sta. Al sinds Wilfried Martens lopen we door de tunnel van Grote Besparingen, terwijl aan het uiteinde van die tunnel gejuich weerklinkt. Steeds minder luid.