De God de Vader van de Vlaamse misdaad

De God de Vader van de Vlaamse misdaad © De Standaard

Jef Geeraerts, je bent er tegen of helemaal tegen, een middenweg bestaat niet.

Jef was de vleesgeworden controverse, in Congo, in België, in zijn huwelijk of tegen zijn kinderen, vanwege of ondanks zijn literaire kracht.

Pas op het einde van zijn leven mocht het publiek meekijken, vooral na de dood van zijn geliefde Eleonora, waarna hij intellectueel begon in te leveren. Zijn gevoelens geknakt, de zin voor schrijven weg, veel bleef er niet om voor te leven. Veel kans dat hij zijn schouders ophaalde, als iemand hem zegde dat hij ooit onsterfelijk zou worden. Dat kietelt de witte ridder in mij. Is Jef onsterfelijk?

Bij de eerste verjaardag van zijn dood moeten we die vraag durven stellen. Het antwoord is niet eenvormig duidelijk. We moeten wat wrikken om hem zijn rechtmatige plaats in de literatuur toe te kennen, weg van het gemene oordeel over de buitenkant van Jef, terug naar de bron, zijn bron, zijn boeken, zijn leven.

Iedereen weet dat de door de jezuïeten geknede jongeman in Congo pijlsnel verschrompelde tot een koloniale heerser, trots op zijn epitheton: de man met de zweep. De beste jaren voor het beest in hem, met volle teugen, in galop. Wat een ontnuchtering bij zijn terugkomst, maar in plaats van drank of lamlendigheid koos hij voor het schrijven. Hij ging naar de universiteit: Germaanse filologie, op zijn dertigste.

Met Gangreen zat het spel op de wagen en Vlaanderen op de punt van de stoel. Zijn reputatie groeide, iedereen wilde Jef lezen. Onze eigen Jan Cremer, niet zo atletisch en blondgelokt, maar toch, met literaire spieren die zinnen kon spinnen van tientallen bladzijden, die lichaamssappen van zwarte vrouwen kon beschrijven zoals Streuvels het Leieland bezong. Met onbehagen dat bewondering omkapselt, een leidraad tot ontgroening. Een generatie jongemannen trok zich aan hem op. En zichzelf af. Jef was voor velen de doos van Pandora.

Op het toppunt van het nakend schisma herontdekte Geeraerts een nieuwe hinkstapsprong. Hij wilde niet de oude Angry Young Man blijven, niet alleen over het nu maar ook over het straks schrijven en vervelde nogmaals. Monkelde om de golven van verontwaardiging die hij had veroorzaakt, werd nu misdaadauteur, in een tijd dat de term haast niet bestond. Zijn research werd legendarisch, zijn geschrijf vaak technologisch. Generaties misdaadschrijvers, nu nog, zijn geïnfecteerd door wat ik gemeenzaam het Vincke- en Verstuyftsyndroom heb genoemd. Je weet wel: twee speurders, een lijk, patholoog-anatoom, wat huwelijksperikelen en nog zo’n tachtig bladzijden te gaan. Hoewel ik dat zowat alle dagen beleef, moet ik dat niet aanvaarden.

Zijn literaire kracht, gekoppeld aan een rigide plot vormden vanzelf de molure voor vijftig jaar Vlaamse misdaad. Hij bracht de kwaliteit in het genre. Jef Geeraerts is zonder twijfel de missing link tussen Willem Elsschot, Cyriel Buysse ,Gerard Walschap, Louis-Paul Boon en Hugo Claus, zo naar Tom Lanoye en Dimitri Verhulst.

In een naïeve poging een druppel te plengen in de Kalahari maak ik de slotsom van de zaak:

Jef is een reus.

Geweest.

Zijn boeken blijven.

Ondanks Jef.

Bedankt Jef.