De reis van de druppel

Ik herinner me, lang geleden, een passage in iemands auto. We waren samen op weg naar een basketmatch. Ik was een matige reserve van een tweedeklasser. Hij een gerespecteerde coach. Het was de eerste keer dat we samen ruimte deelden, zonder anderen. Hij was voor mij het toonbeeld van kalmte en wijsheid. Toch sprak hij de voor mij historische woorden:
“Ik wil soms in een tank zitten. Wanneer je al die fouten hier in het verkeer ziet gebeuren, bekruipt me soms het gevoel dat ik de juiste persoon ben om daar korte metten mee te maken."

Goed dat hij geen minister van Verkeerswezen is geworden. Maar zijn boutade is bij mij blijven leven. Het symboliseert zijn onmacht om aan verkeerde zaken een juiste wending te geven.

Koesteren we niet allemaal wat verlicht despotisme in onze bescheiden opstandigheid? Goed, ik mag niet voor jullie spreken, maar bij mij is dat verdrukte despotisme een stukje van mijn groei geweest. Mijn deeltje slechte ik. Beurtelings ben ik een participerende, betrokken, onwetende, medeschuldige, voortvarende, gekwetste of verongelijkte burger geweest, wanneer ik met een van de ongerijmdheden des levens werd geconfronteerd. Ik houd van dat leven, laat dat duidelijk zijn. Hoewel ik het al te vaak als een smakeloze brei ervaar, waarin je zelf de pepers moet ontdekken.

Maar ik haat de brij. Ik haat voorkruipers, middenstrookrijders, onverbeterlijke zeurkousen, wijven die je anoniem afzeiken op internet, venten bij wie de testosteron uit de bek kwijlt, op-hun-strepen-staande parkeerwachters, NMBS-directeurs die met de auto naar het werk komen, televisiekoks met een mening over Boudewijn, en … verlichte despoten. Kortom: de Pietje preciezen van deze wereld die een manco aan creativiteit verdoezelen met strikte structuren. Hoewel ik dit beleef, moet ik het niet aanvaarden.

Ik krijg vaak het heen en weer van de nodeloze ingewikkeldheid van dit leven. De zekerheid dat brave huisvadermentaliteit nooit is opgewassen tegen de onheilstijdingen in je brievenbus. De gruwel van de uitzondering van de uitzondering, de zorg voor de grootste gemene deler waardoor het algemeen belang zich de kont in kruipt. De zucht naar het achterpoortje waardoor afspraken eroderen. Dat kietelt de witte ridder in mij.

In een naïeve poging een druppel te plengen in de Kalahari wil ik voortaan wat stoom af bloggen. Dat strookt met mijn ambitie. Om de wereld te verbeteren heb ik niet lang genoeg gestudeerd. Commentaar geven kan ik echter als de beste. Als recensent van het geweten.
De Kalahari lijkt mij de ideale woestijn. 30 keer zo groot als België, zelf 10 keer kleiner dan de Sahara. Een immense koekenpan waarop een druppeltje dadelijk verdampt, niet zonder een sis of een vlek. Dat is wat ik beoog: een rimpel in uw aandacht, een frons boven uw wenkbrauw.

Ik breng u voortaan mijn opinie. U zat daar weliswaar niet op te wachten, maar het is een opinie als een ander. In 500 woorden. In die 500 woorden zijn niet inbegrepen: titel, subtitels, naam en voetnoten. Wel inbegrepen: bloed, zweet en tranen.

Tot nut van het algemeen. Vanaf nu.

Wie zich geroepen voelt mag reageren via Facebook of website. Anonieme hijgers krijgen alleen aandacht als ze van het vrouwelijke geslacht zijn en kindrijp. Wie mijn mening niet lust mag dat één maal laten weten. Dan plegen we gezamenlijk harakiri.