Geloven die mensen ons nog?

Puffend onder de loodzware zon moet ik deze week aan het klimaat denken. Het klimaat op mijn schedel wel te verstaan, want ik krijg ernstig twijfels over het scheuren van ijskappen, overspoelen van waterdijken of uitsterven van mens en dier.  Je zou toch denken, dat als dat zwaard van Damocles werkelijk boven onze hoofden hangt, de huidige planeetbewoners als onvertogen huisvaders er toch alles aan zouden doen om het tij te keren?  (sic) 

In plaats van onbenulligheden uit te halen zoals vliegtuigen naar Iran sturen, kinderen verkopen als slaven of muren bouwen tegen buren? We kunnen toch niet allemaal op de Mount Everest kamperen totdat die Laatste Vloedgolf komt? (O wacht eens, is het daarom dat ze alvast de top aan het zuiveren zijn van lijken en PMD: het terrein proper maken voor de Happy Few?) Hoewel ik dit beleef, wil ik dit niet aanvaarden.

Dezelfde lankmoedigheid ondervind ik op nationaal vlak. Of moet ik zeggen: supranationaal? Want de poppenkast die men vandaag opvoert doet me denken aan die ingewikkelde Chinese doos, waarbij men aan verborgen luikjes trekt, in de hoop dat de onverhoopte oplossing zich plots openbaart; geef toe: dat is van een misselijkmakend niveau. Dat ons regeersysteem zowel ruimtelijk als verticaal samenhangt met onzichtbare touwtjes, waarbij evenwicht belangrijker is dan doorzicht. Die politieke kindertuin met beschuldigende vingertjes naar de Piet Snot van het moment. Waar visie ontbreekt. 

Dat kietelt de witte ridder in mij.

Remember Marrakesh? Niemand kan in twee volzinnen vertellen waarom daar een regering moest voor vallen. Een regering die bijna vijf jaar in het zadel bleef om rijken rijker en armen armer te maken. Vanwege Marrakesh, en alleen daarom, werden we sindsdien onbestuurbare grond waar we plots weer over Vlaams of Waals kwelen, terwijl dat in geen enkel kiesprogramma stond!  

In een naïeve poging een druppel te plengen in de Kalahari, wil ik pleiten voor een nieuwe politieke mentaliteit, over partijgrenzen heen. Ik wil het hebben over politiek die niet bestaat, maar zou moeten bestaan. Over politici, noem ze voor mijn part besluitvormers, die niet aan eigen carrière denken, niet aan stemmen, niet aan vierjaarlijkse termijnen, niet aan afscheidscadeaus van 140,000 euro. En of course: niet aan zitpenningen, corruptie of politiek stratego. Laat het me Utopia noemen. 

Ik denk aan politici die zich bekommeren om de mensen in de straat, op de weg, de trein of de fiets. Die die problemen aanpakken die zo structureel de ogen uitsteken, maar het huidige beleid niet lijken te deren.  

Net zoals de internationale burger, die wacht op zijn tsunami, zijn wij de plaatselijke mieren die naarstig nietsdoen. Al waar we nu mee leven: wel- of niet-stand, Europa, vervoer, fiscaliteit, en nog zo’n dozijn hete hangijzers: het valt niet meer op te lossen door een rekeningrijdertje hier of een groeipakketje daar. Stop met klooien met mandaten, stop het spelen met de gelden en voeten van burgers. 

Anders kom ik je opzoeken op de Everest om je te vragen waarom je het niet “gewust” hebt. Als ik er geraak, tenminste.