Hallo Rio, hier is Tokio

Ik heb genoten van Greg en Nafi. Dirk en Pieter heb ik gemist. Jolien en de hockeymannen intens gevolgd. Eenmaal op het podium, kreeg ik solidair tranen in de ogen. Wat is dat toch met dat Belgisch gevoel?

Ik heb genoten van deze Olympische spelen. Al die kleine sporten die plots zo mooi in beeld komen, mooie atleten die we mogen bekijken zonder dat ze er last van hebben. Dat kietelt de witte ridder in mij, ik die, een halve wereld verder, maar in de eerste loge, verbetenheid, ambitie, nervositeit en euforie bestudeer. Nergens, nooit, ligt drama dichter bij succes.

raheleh asemani

Daar kunnen Charlotte, Eveline, Karin, Jaouad, Hans en Raheleh van meespreken. In elke prognose werden zij waarschijnlijke medaillewinnaars genoemd, goud zelfs. Telkens werden ze uitgeschakeld voor de eindmeet. Stel je voor dat ook zij de verwachtingen inlosten. Wat zouden we blij zijn met tien medailles. Nooit gebeurd? Toch wel, 3 maal in vooroorlogse tijden: 36 in 1920.

Aan het einde van de rekening komt telkens de onvermijdelijke vergelijking met Nederland, altijd in ons nadeel. Nederland is een sportland; gaat sinds Los Angeles 1984 met dubbele cijfers naar huis. Dit jaar weer 19. Qua bevolking zouden wij normaal 13 à 14 moeten scoren. We hebben dus een chronisch tekort van 8 medailles.

Daarvoor komen altijd wilde verklaringen, met als gemene factor dat Nederlanders een plan hebben en Belgen hun plan trekken. Hoewel we dit beleven, moeten we dit niet aanvaarden.

Tokio is kort bij, maar de Spelen 2024, waarschijnlijk in Europa, zouden voor kentering moeten zorgen. De potverterende mentaliteit van bobo’s, non-sportievelingen die zich overal tussen wurmen, lijkt plaats te maken voor gezonde nationale trots. Sportief succes weerspiegelt zich op de gezondheid van de totale bevolking. Voor ploegsporten als voetbal, volleybal en basketbal zal het ooit lukken, hoewel er daar weinig Europese plekken vacant zijn. In hockey kon het, daar is de top smaller.

Judo, wielrennen, paardrijden, atletiek en zeilen zijn van oudsher hofleveranciers voor Belgische medailles. Nieuwe sporten als golf, taekwondo, BMX of badminton geven weer hoop. België heeft bovendien de pech dat het al decennia aan de lopende band wereldkampioenen levert in niet-Olympische sporten zoals biljarten, veldrijden, darts, korfbal, motorrijden. Terwijl de rest van de wereld uitblinkt in sporten als baseball, boksen, badminton, schoonduiken, worstelen of waterballet.

In een naïeve poging een druppel te plengen in de Kalahari wil ik positief eindigen met atletiek. Daar behaalden we slechts 1 medaille. Maar ook: een vierde plaats, een zesde plaats, achtste en negende plaats, en 3 halve finales. An Zagré kende pech om in de halve finale te geraken. Kan beter, maar het is een basis om op verder te bouwen. Op de Borlee’s na hadden we immers geen ervaren atleten in de arena.

Op de medaillestand staan we 35e. Na landen als Nederland, Polen, Zweden, Denemarken, Griekenland en Kroatië. Maar kijk eens naar dit lijstje: Turkije, Roemenië, Mexico, Ierland, Bulgarije, India, Noorwegen, Israël, Finland, Oostenrijk en Portugal. Die staan allemaal achter ons. En zij hebben Nederland niet als gedoodverfde boeman!