Hanoi bewijst dat chaos werkt

Hanoi bewijst dat chaos werkt © Mieke Verploegen

Stel: Vietnam. De eerste keer. Je staat op de stoep in Hanoi en moet naar de overkant. Je voelt je zoals Mozes aan de zee die hij moet doorklieven, klaar om geschiedenis te maken. Hij toch. 

Maar het gaat om het gevoel.  De wil is groot, de onmacht evenzeer. Iemand zegt dat je daardoor moet waden. Waden? Waar is Mozes als je hem nodig hebt? Hoewel ik dit beleef, wil ik dit niet aanvaarden.

Een constante golf van veertig kilometer per uur. Geen zebrapad of verkeerslicht in de buurt, toch geen dat werkt. Je kijkt je tureluurs naar voorbij brommende, al dan niet gehelmde speldenkoppen. Soms met drie, vijf op één scooter, soms met een lading van vijf breed en tien hoog, één keer een toren van eieren. Echt waar. 

Rond tien uur ’s avonds, de verkeersstroom steeds onophoudend, zat ik zelf achterop. Op een breed kruispunt steekt - waadt! - een werkster in uniform, traag en diagonaal over het kruispunt. Ze duwt een container op wielen voor zich uit. Trekt zich niets aan van al wat bromt rond haar. Mevrouw toont hoe je als vanzelfsprekend wordt ontweken. Je steekt dus veilig over, door als Mozes … te wàden. 

Ooit was Vietnam de communistische schrik voor het Vrije Westen. De USA hadden er twintig jaar oorlog voor over, vonden het pas welletjes na zo’n 4 miljoen doden, al dan niet met een ID-plaatje rond de nek. Weet je: Vietnam won! De beelden van de laatste Amerikaanse helikopter zijn legendarisch. 

Fast forward naar het Communisme van vandaag: dat van de zachte stempel: laissez faire, laissez aller. Liberalisme ten top dus. Goed, er bestaat een militaire, politieke, diplomatieke elite. Betaald met loon en pensioen dat wellicht ons minimum benadert. 

De rest krijgt vrij. Pensioen: 10 euro. Per maand, jawel. De gevolgen merk je in de Vietnamese samenleving. Iedereen overleeft. Aan boekhouding, verzekering, pensioensparen, huishuur, studiebeurzen, openbaar vervoer, milieuzorg, verkiezingen, infrastructuur … al die zegeningen van de moderne maatschappij, wordt niet gedaan. In onze samenleving waarbij de overheid de helft van ons inkomen opeist, nog eens 21 % verbruiksbelasting int, gaat het er een stuk communistischer aan toe, dan in het land van Nang met de pet, die alle dagen werkt, omdat het nu eenmaal moet. Dat kietelt de witte ridder in mij.

In een naïeve poging een druppel te plengen in de Kalahari, herhaal ik dus de metafoor van het verkeer in Hanoi. Chaos werkt! In een kluwen zonder regels, halen de deelnemers er het beste voor zich uit, daarmee onbewust in de kaart spelend van alle anderen. 

Moeten we daar niet uit leren? In Brussel of Antwerpen zijn files behoorlijk problematischer, met minder inwoners en voertuigen dan in Vietnam, waar haast nooit een opstopping valt te bespeuren. Zijn verkeerslichten en -borden en zebrapaden geen overbodige, geldverslindende en remmende factoren voor een samenleving om als boter door de olie te glijden?

Zo maar een paar gedachten, daar aan de rand van de stoep, in Hanoi. Je krijgt er immers ruim de tijd voor!