Hoera: de vaste boekenprijs is geboren

Minister van Cultuur, Sven Gatz, heeft blijkbaar toch een maatregel ten gunste van literatuur kunnen bedenken. Vanaf 2017 besliste de Vlaamse regering dat voortaan de vaste boekenprijs bestaat. Is dit een naïeve poging om een druppel te plengen in de Kalahari?

Boeken worden voortaan een vaste prijs toegekend voor zes maanden. Een  boekverkoper mag maximaal 10 % korting toekennen, van zijn eigen winst uiteraard. Schoolboeken en bibliotheken (voor zover die al niet gesloten zijn, mijnheer Gatz!) krijgen een aparte regeling. Is dat goed of slecht nieuws? Dat hangt ervan af welk brilletje je opzet. 

De auteur vaart er wel bij, op termijn. Op zijn contract wordt niet meer beknibbeld, zijn royalty’s worden voortaan berekend op de vaste prijs, niet meer op gebradeerde prijzen van groothandel en online-verkoop. Daar moet je dus de verliezers zoeken. Vanaf 2017 heb je een scheidslijn tussen vroeger en later.

Vroeger: Carrefour, Makro, en consorten kochten top-tienboeken massaal in tegen gebradeerde prijzen. De koper luistert naar zijn impuls, legt het boek in het mandje. Daar rekenen grootwarenhuizen natuurlijk op. Zij hebben de beste boeken tegen de beste prijzen, en volgende maand zijn er alweer andere. Valt een titel niet in de gratie? Hop, weg ermee, het verlies wordt grootmoedig geïncasseerd en het onzichtbare distributiesysteem zorgt voor een geruisloze afwerking. Er valt genoeg te kopen, een boek doet er niet zo toe.

Dat ervaart de boekenkoper ook. Een boek wordt minderwaardig en alleen maar op prijs en populariteit beoordeeld. Dat is toch zo met televisies en fietsen, zal je opwerpen? Kan je niet vergelijken. Televisies kosten overal evenveel en topfietsen koop je niet in een grootwarenhuis.

De weinige onafhankelijke verkopers die er nog zijn, strijden eindelijk met gelijke wapens. De uitgever moet niet meer door het zand bij de prijsbespreking. Grootwarenhuizen moeten het risico delen. Dat laatste geldt ook voor online verkoop.

De uitgever zal tevreden zijn: hogere inkomsten, meer speling voor durfliteratuur en geen prijzenstrop bij onderhandelingen. Kortom, het prijsbeheer komt terug naar de sector en ligt niet meer bij de grootdistribiteurs. Dit is de kans voor de boekensector om weer het initiatief in handen te krijgen. Uiteraard zal niet alles koek en ei zijn vanaf dag een. Uitgevers zullen de kat uit de boom kijken en wie zich benadeeld voelt, zal naar alternatieven zoeken.

Misschien wordt het nu tijd om andere hangijzers aan te pakken. Het uitleenrecht bijvoorbeeld. Van elke auteur liggen of staan boeken in de bibliotheek. Die ziet daar geen cent van. Toch niet in België. Hoewel hij dit beleeft, hoeft hij dit niet te aanvaarden. Wordt het niet tijd om een algoritme te hanteren, mits enkele parameters, waarmee het aantal uitleningen een vergoeding genereert, die automatisch op de rekening van de auteur wordt gestort? Zoals in Nederland. Gratis boeken in de bibliotheek dienen een edel doel, maar die promotie moet niet door de auteurs zelf worden betaald. Auteurs, zijnde de ambachtslieden van een werkstuk, krijgen slechts 10 % van de boekprijs. Minus Btw, minus inkomstenbelasting.

Dat kietelt de witte ridder in mij.