Nu afdrukken

Schuldig verzuim

Op 6 april wordt de genocide van Rwanda ‘herdacht’. 2019 min 1994 is immers 25, en hoewel Rwandezen al enkele jaren aan herdenking doen - ik was op één aanwezig- zal de rest van de wereld even een dweil in het gezicht krijgen. Hoe genocide, wat genocide? Genocides zijn een Rwandese specialiteit, maar die van 1994 was verschrikkelijk. Hoewel ik dit beleef, wil ik dit niet aanvaarden.

De Duitse kolonialen probeerden al in 1890 structuur te krijgen in de Rwandese maatschappij, maar repten zich in 1916 naar Europa voor hogere belangen. Belgen namen hun plaats in, paters voorop, tot 1962. Hun belangrijkste verwezenlijking is dat zij zonder kennis van zaken de Rwandese maatschappij hervormden op basis van veebezit.

In het zog van de dekolonisatie van Kongo, ontketende een groep goed opgeleide Hutu's een sociale revolutie waarbij het koningshuis werd afgeschaft. Het etnisch geweld dat ermee gepaard ging, had de vlucht van de voormalige elite als gevolg. Juvénal Habyarimana werd de Sese Seko van Rwanda. In 1962 werden meer dan 2.000 Tutsi's gedood; in 1963 nog eens 10.000. Het merendeel van de overlevende Tutsi's ontvluchtte in deze periode Rwanda.

Dat het vliegtuig van Habyarimana op 6 april 1994 uit de lucht werd gehaald was het resultaat van een aangekondigde revolutie, waarbij de RPF een hoofdrol speelde. Op internet lees je alles over troepenbewegingen en militaire interventies. Veel gruwelijker is het feit dat honderdduizenden vluchtelingen vier jaar van hun leven door de jungle renden, om niet te worden verkracht of onthoofd. Wie uitgeput achterbleef, werd neergeschoten. Als het drama van de genocide wordt ‘herdacht’, moet men ook denken aan de naar schatting 800.000 gedode vluchtelingen. Je leest er alles van in het boek van Marie Bamatese.

Het Belgische accent van deze herdenking vormt uiteraard de executie van 10 Belgische para’s die in een vooraf bekokstoofde hinderlaag werden gelokt. Hoe erg ook voor de nabestaanden, dit vormt slechts een detail in het geheel. Herdenk immers de soldaten van de UN, die hoofdschuddend toekeken, maar niet mochten tussenkomen. Herdenk de Westerse leiders die vanuit hun pluchen zetels prioriteit maakten voor Westerse bedrijven die grondstoffen ontgonnen. Bereid waren de gewelddadigste potentaten in Afrika, 25 jaar in het zadel te houden.  

Dat die regeringen al 25 jaar voor de spiegel oefenen in het zeggen van “sorry”, is dus niet de kern van de zaak. Daarna draaien ze immers opnieuw de rug, zich sterk makend dat binnen 25 jaar de verontwaardiging zal uitgestorven zijn. Dat de genocide misschien het patina van heroïsme krijgt. Dat kietelt de witte ridder in mij.

In een naïeve poging een druppel te plengen in de Kalahari, stel ik voor dat potentaten opzij worden geschoven, resoluut. Dat de VN zich deze keer geen bal aantrekt van soevereiniteit en ingrijpt waar nodig. Democratische verkiezingen organiseert en ervoor zorgt dat de Kabila’s van deze wereld daar geen poot tussenkrijgen. Afrikaanse potentaten zijn een westerse uitvinding die mondiale solidariteit naar het afvoerputje zuigt!

Anders moet onze regering binnen 25 jaar weer sorry zeggen voor schuldig verzuim.