Vlaams is het nieuwe Nederlands

Hoe minder ik me probeer te snijden aan Nederlandse taaldominantie, des te meer achtervolgt het me. Hoewel ik dit beleef, moet ik het niet aanvaarden.

Recensies, ik doe het zelf, moeten de bal spelen, niet de man. Iemand persoonlijk onderuithalen doe je niet, blindelings adoreren is evenmin aan de orde. Je doet vooral je huiswerk, waardeert het boek op essentie, gaat niet aan de haal met oppervlakkigheden. Aan een boek, hoe slecht ook, wordt langer gewerkt dan jij nodig had om het te lezen en te bespreken. Je toont dus respect voor de auteur en diens standpunt. Daarna mag het knetteren. It’s the literature, stupid!

De trigger voor deze blog zijn enkele – door Nederlandse lezers geschreven - recensies van mijn boek Damse dagen. Ik ben niet belust op wraak, het is me te doen om de achterliggende gedachte. Deze recensies waren altijd lovend maar enkele verwonderden zich aan de kantlijn onveranderlijk over mijn Vlaams taalgebruik, dat ze vaak schattig noemen, soms ervaren als storend. Een enkeling weigert een woordenboek mee in bed te nemen. Ik neem dit niet persoonlijk, andere Vlaamse auteurs krijgen dezelfde soort opmerkingen. Dat kietelt de witte ridder in mij.

Nederland en Vlaanderen worden al langer gescheiden door dezelfde taal. Al sinds 1581, met godsdienst als excuus, toen Vlaanderen uit de Zeventien Provinciën werd geamputeerd. Het veroorzaakte een absolute braindrain van gewetensbezwaarde intellectuelen. De Nederlandse koopvaardij vaarde er wel mee.

Tussen 1815 en 1830 kregen we opnieuw de kans uit het Franstalige moeras te geraken met een (ver)nieuw(d)e taal, maar onze (Franstalige) landgenoten smeten de nieuwe despoot buiten. Sindsdien ging het van kwaad naar erger.

Waar het me wél om te doen is dat Nederlanders zich intussen beschouwen als hoeder van de taal. Niet omdat ze het perfecter zouden spreken, oh nee, want Vlamingen winnen met onthutsende regelmaat hun taalspelletjes, literaire prijzen of grote dictees. Neen, gewoon op basis van getal. Niks bijgeleerd sinds 1830.

In een naïeve poging een druppel te plengen in de Kalahari, wil ik een lans breken voor meer respect. Het rechtstreekse gevolg is immers dat Nederland zich wegpraat van Vlaanderen, en alléén van Vlaanderen. Eender welke IJslandse of Ierse auteur wordt boven de Moerdijk met grote trom onthaald en in vloeibaar Nederlands vertaald. Vlaamse auteurs niet, tenzij ze bij een Nederlandse uitgever zitten.

Ik maak het zelf mee met mijn James Bondboek, editie 2015, speciaal voor Nederland klaar gemaakt. De uitgever, aardige man, vernederlandste het hele boek. Dat komt neer op het wijzigen van zo’n dozijn woorden of uitdrukkingen .... per bladzijde. Soms is het een linguïstische tango op de vierkante meter, vaak is het brutale ruilhandel. “Zeker en vast” is niet hetzelfde als “vast en zeker”. In Nederland kan je pinnen bij de slager, terwijl Vlamingen bancontacten bij de beenhouwer. Voor een tosti halen wij de neus op en spijkerbroeken dragen we al helemaal niet. Terwijl we ons lichtjes generen bij een Hollandse afzuigkap.

Een oplossing? Niet in deze blog. Volgende keer geef ik van jetje. Of moet dat katoen zijn?