Vlamingen: no pasarán

Jo Claes, winnaar Gouden Strop 2015, kloeg: “Op dit moment lijkt een Chinese muur te staan tussen Vlaanderen en Nederland, en daar lijkt geen zinnige reden voor te bestaan.”

Recent deed ik wat marktonderzoek in Noord-Brabant. Per boekhandel vond ik een vijftal Vlaamse titels. Meestal Griet Op de Beeck, heel populair in Nederland, met Jo Claes als tweede, omdat hij net die Strop had gewonnen. Een enkele keer Brusselmans of Lanoye, één exemplaar van de intrede van Christus van Verhulst en een verloren gelegd Verdriet van België. Voor de rest? NIETS ! NADA ! NIENTE! Op 10 kilometer van de grens met België ! Dat kietelt de witte ridder in mij. Hoewel ik dit beleef, moet ik het niet aanvaarden.

In de 16e eeuw, ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog, vluchtten vele Zuid-Nederlanders uit lijfsbehoud naar het Noorden. De echtscheiding werd aangevraagd, de inboedel verdeeld. Wie meent dat Lodewijk Elsevier, Simon Stevin, Frans Hals, ja zelfs Joost van den Vondel rasechte Nederlanders waren, mag nu zijn mening veranderen.

De Zuiderlingen mochten katholiek blijven in ruil voor verdrukking. In 1830 werd België onafhankelijk, waarna de Nederlandstalige Belgen een eeuw moesten ploeteren om hun Vlaams te laten doordringen in alle maatschappelijke vezels.

Noord-Nederland ging niet wachten op de afloop, wilde de eigen taal vrijwaren voor anderstalige invloeden. De Nederlandse taal werd een tool, waar alles in dienst staat van efficiëntie. In de laatste decennia werd vanop de preekstoel veelvuldig verkondigd dat een Vlaming moest leren praten als een Nederlander.

Helaas, pindakaas. Vlamingen hebben zich bijgeschoold, om verantwoord strijd te leveren voor identificatie en erkenning, tegen verfransing en taalverwaarlozing. Het is geen toeval dat Vlamingen al de Grote Dictees, Literaire Prijzen en taalspelletjes winnen van hun Noorderburen. We zijn niet intelligenter, wel linguïstisch meer beslagen. Onze versie van het Nederlands is rijker, creatiever en gevoeliger dan het Nederlands van boven de Moerdijk. Onze schrijvers worden steevast “sappig”, “weergaloos” of “leuk” bevonden.

De strikt Noord-Nederlandse norm verliest terrein. Het is duidelijk dat in de standaardtaal twee polen groeiden: een standaardtaal zoals gebruikelijk in Nederland en een standaardtaal zoals gebruikelijk in Vlaanderen. Die polen hebben het overgrote deel van woorden en constructies gemeenschappelijk, maar niet alles. Er groeit een toleranter normbewustzijn, met respect voor de eigenheid van de standaardtaal in Vlaanderen.

Die tolerantie is niet doorgedrongen tot alle gelederen van de uitgeverswereld. Luisterend naar mercantiele reflexen, zijn Nederlandse uitgevers bezig de beste boeken van Europa aan te trekken, te vertalen en uit te geven. Van Rusland tot Spanje, van IJsland tot Griekenland. Maar Vlamingen: no pasarán! Wie in Vlaanderen als schrijver wil doorbreken, laat staan als thrillerauteur, moet ofwel spuuglelijk zijn en bereid zijn dat op alle zenders met een uitgestreken gezicht te komen tonen, ofwel verwikkeld geraken in een schandaal dat niets, maar dan ook niets te maken heeft met de boeken die hij schrijft.

In een naïeve poging een druppel te plengen in de Kalahari, wil ik op het geweten spelen: lees Vlaanderen, vertaal Vlaanderen, aanvaard Vlaanderen. We zijn er nu eenmaal, we hebben daar niet om gevraagd.