Yrsa Sigurdardottir

Vortex

2 sterren

Wat onmiddellijk opvalt bij de boeken van Sigurardóttir, althans toch in de reeks Huldar en Freyja, is de cover waarbij de naam van de auteur telkens op een originele manier wordt verborgen. 

Origineel is ook de voornaamste verhaallijn. In Reykjavik wordt een tijdscapsule geonden met daarin brieven van. Veertienjarige schoolkinderen, die voorspellen hoe hun lever er twintig jaar later zal uitzien. Een van de brieven voorspelt een reeks moorden die dan zullen gebeuren. 

Ernstig te nemen? Fantasie? In ieder geval krijgt inspecteur Huldar de opdracht om de 14-jarige briefschrijver van weleer aan de tand te voelen. Hij neemt daarvoor kinderpsychologe Freyja onder de arm. 

De brief blijkt plots een stuk urgenter wanneer enkele moorden daadwerkelijk worden uitgevoerd en er her en der afgehakte lichaamsdelen worden gevonden. 

De auteur van de brief blijkt een vreemde jongeman te zijn, Thróstur, die samen met zijn zus Sigrun leeft. Sigrun heeft maar acht vingers, en dat is een stukje van het verhaal. 

Van daaruit kruipt de story verder. Er komt nog een onderzoeksrechter aan te pas, met duistere praktijken, die van zijn vrouw en twee kinderen weg is. Maar het leeuwendeel van de story gaat naar Huldar en Freyja, die in een soort haat/liefdeverhouding elkaar afstoten en aantrekken. Geregeld met elkaar in bed duiken, wat Huldar dan weer beschaamt door ook met zijn chef, Erla, te slapen. Kortom, de gewone verwikkelingen van een overwerkte rechercheur. 

Uiteindelijk trekt dit verhaal niet aan, mede door de gezochte hang naar het originele.  Thróstur is best beangstigend, en Huldar volhardend, maar al bij al geen onvergetelijk boek.