Anja Feliers

Anja Feliers

Anja Feliers © Leo Goossenaarts

Lezer, laat je niet bedonderen door Anja Feliers. Bezegend met een ranke verschijning kan ze wenken als een Lorelei, zingen als een Sirene en kijken als Medusa. Maar wanneer je één voet zet binnen haar wereld van verhalen, loop je verloren tussen woede en verlies, verderf en dood. De gruwel druipt uit haar boeken. Kippenvel wordt goedkoop geleverd. Anja schrijft vanuit haar eigen angsten maar schrikt er niet voor terug de lezer midden in het boek een klap in het gezicht te verkopen.

Ik was er dus niet gerust in, toen ik bij haar aanbelde. Fotograaf Leo mocht voor één keer vooropgaan, terwijl ik achter zijn brede rug wel wilde nagaan tot hoever hij zou geraken. Tot in de keuken, zo bleek, waar hij zelfs een fotosessie met koksmessen overleefde. Moedig zijn is geen vereiste om misdaadauteurs te interviewen. In leven blijven wel. Liever blode Mon dan dode Mon, gewoon een kwestie van prioriteiten.

Nochtans hadden we het vandaag over reizen in Frankrijk, serpenten van vrouwen, humor in thrillers en stomende seks. Veel leuker kon het niet worden.

“Ik las dat je op vakantie in Frankrijk camera’s ontdekte in je slaapkamer. Dat werd een aanleiding voor je eerste boek. Los daarvan, hoe heb je gereageerd tegenover de eigenaar?”

“Zoals je dat doet op vakantie, inspecteer je de kamer om te kijken of de foto’s waarheidsgetrouw zijn. Mijn dochter maakte me attent dat er overal camera’s hingen, tot in de slaapkamer, en dat kan toch niet. De eigenaar, die in Nederland woont, beweerde dat dit voor de beveiliging was. Kan best, maar op vakantie wil je geen camera’s op je gericht, dus hebben we er overal washandjes en sokken op gedrapeerd. Ook buiten waren er camera’s, maar die hingen te hoog. Buiten hebben we dus geen dingen gedaan die niet konden. Dat werd het basisidee voor Verleid me. Ik speelde al langer met het idee rond vreemdgaan, en hier had ik in feite de ideale setting: een zomervakantie, je bent relaxt, en er was de aanwezigheid van een pool boy. Hoewel de onze 70 jaar was.”

 

“Het tarten van het noodlot lijkt me de constante in jouw verhalen. Uit je vorige interviews haal ik dat de dood van je moeder, toen je 11 was, je heeft getekend. Haal je daar nog steeds je energie uit?”

“De dood van mijn mama draag ik nog altijd mee. In al mijn boeken zit een stukje emotie dat daar mee heeft te maken. Het is me trouwens opgevallen dat ik bijna in elk boek met mijn personages naar een kerkhof trek. Ik moet die emotie blijkbaar een plaats geven. Ikzelf ben een emotioneel persoon, te veel volgens mijn kinderen, en kan op heel kleine dingen emotioneel reageren. Ook mijn hoofdpersonage Kathleen heb ik zo gemodelleerd, als een psychologe die goed moet nadenken over wat ze zegt, maar soms emotioneel zal reageren. Zo komt haar menselijke kant naar boven, Dat zijn ook stukjes van mezelf, natuurlijk.“

 

“Je begon als jeugdschrijfster. Al na vier jeugdboeken schakelde je over op je eerste thriller. Is jeugdliteratuur een mooie biotoop om een “volwassen” schrijfster te worden?”

“Ik rolde als vanzelfsprekend in de thrillers omdat de verhalen voor de jeugd te heftig werden, te straf, te gruwelijk. Jeugdboeken staan op dit moment ver van me af. Het lijkt alsof dat in een vorig leven gebeurde. Thrillers zijn lectuur voor volwassenen, en bepalen mijn leven nu. Ik krijg er meer reacties over, dan vroeger over jeugdboeken. Eigenlijk jammer, want je steekt daar evenveel energie in. Hoewel ik aanvankelijk dacht dat ik jeugdboeken niet zou los laten, valt dat nu zwaar, precies door die drukte rond de thrillers.”

 

“Leer je met jeugdboeken schrijven? Omdat je toch moet nadenken over structuur.”

“Ja, dat is met alles zo. Ik schreef ook kinderboeken voor 7 tot 8-jarigen, en ook daar moet je letten op afwisseling en ritme. Op dat vlak is dat een goede oefening, maar in thrillers is het zo dat ik gevoelsmatig schrijf, niet voortdurend nadenk of mijn zinnen niet te lang zijn. Ik schrijf echt vanuit het buikgevoel, dat vind ik het belangrijkste.”

 

“Je bent Limburgse, geboren vlak naast Nederland. Voel jij je een beetje verantwoordelijk voor het feit dat er zo weinig Limburgse misdaadschrijvers zijn en jij daardoor het rijk bijna voor jou alleen hebt?”

“Ho, correctie. We hebben wel enkele goede, hé? Toni Coppers en Jo Claes zijn Limburgers, ...”

“...die hun verhalen wel in Leuven en Antwerpen situeren.”

“Ik ben daar niet mee bezig dat ik een Limburgse thrillerschrijfster ben. Ik wil goede verhalen brengen. Ik wil ervoor zorgen dat het originelere thrillers zijn dan die nu bestaan, weg van de recherche. Waar ik vandaan kom is in mijn verhalen geen item.”

 

VERGEET MIJ NIET

“In Vergeet mij niet ga je geen heet hangijzer uit de weg. Het verhaal begint met de dood van een kind, en dan nog, zo blijkt, door het kind te vergeten in een snikhete auto. Daarmee snijd je diep in de angst van de lezer. Een kind vergeten, is toch zowat de ergste blunder die een mens kan begaan?”

“Toch is het een aantal keren gebeurd, hé? Ik probeer thema’s te benaderen, die in het leven voorkomen, jammer genoeg al te vaak. We worden vaak geleefd, we kunnen zo’n grote fouten maken, hoe belangrijk we onze kinderen ook vinden in ons leven. Ik schrijf vanuit mijn eigen angst, mijn kinderen zijn ook klein geweest. Ik probeer de lezer de hectiek van het leven te doen begrijpen. Het is mij ook overkomen dat we bijvoorbeeld aan de auto staan en mijn jongste dochtertje zegt dat ze haar pantoffels nog aan heeft. Ik snap die hectiek wel waar jonge ouders onder lijden. Zijn de pampers mee? De schooltassen? Ik kan niet met het vingertje wijzen en staan roepen: mij gebeurt dat nooit. Dat je de man, waarmee je het kind hebt verwekt, niet meer wil aankijken. Dat zijn drama’s. Hoe ga je daar als moeder mee om, dit is immers ingrijpender dan een fles melk omstoten of zo. Ik kan me de wanhoop voorstellen.”

 

“In jouw boeken draait het allemaal rond dood en rouw, verdriet en verwerken. Wakker jij bewust het ongemak aan van de lezer?”

“Niet bewust, het zijn dingen waar ik zelf schrik voor heb. Als kind wist ik wel dat mijn mama ziek was, maar niet hoe erg. Haar dood kwam als een donderslag bij heldere hemel. Ik heb dat ook met mijn eigen kinderen. Indien ze een kwartier te laat zijn, word ik ongerust. Toen ze gingen kleuterzwemmen, vond ik dat niet leuk. Een onoplettendheid is menselijk, het is zo gebeurd. Ik had in die periode schrik van de deurbel. Dat gevoel heb ik verwerkt in Vergeet me niet.”

 

“Moet je als ouder niet juist leren je kinderen los te laten?”

“Natuurlijk. Maar de angst blijft. Nu heb ik dat weer met de oudste, die leert auto rijden. Dan mag zij nog met vol verstand rond rijden, je kunt dat niet van iedereen zeggen. Ik ben een angstwezel, ik weet het. Niet dat ik hen overlaad met mijn angsten, maar het speelt wel.”

 

“Op blz 151 schets je hoe Saskia beseft dat ze een slons is geworden. Ze doet een make-over op zichzelf met het fantastische resultaat dat ze er opnieuw begerig uitziet voor iedereen, in de eerste plaats haar ex-man. Vind je dat die slonzigheid iets is waar vele vrouwen zich aan laten vangen?”

“Ik denk dat de drukte van het leven daar voor iets tussen zit. Het lijkt me mogelijk dat een koppel zo van elkaar vervreemdt dat dit bij de vrouw tot uiting komt in haar persoonlijke verzorging. Maar langs de andere kant: het gaat toch om zelfrespect? Je wilt toch dat je kinderen en je man goed de deur uit gaan, waarom zou je dat van jezelf niet verwachten?”

 

“Die transformatie van Saskia lijkt de trigger in het verhaal. Mocht de lezer hier voelen dat er meer in het verhaal steekt dan eerst gedacht?”

“Ja, dat is de bedoeling. Mijn verhaal is voor een groot stuk een whodunit, maar ook een whydunit. Ik vraag me af hoe iemand die daar normaal niet toe in staat is, toch helemaal flipt. Dat breekpunt wil ik in al mijn boeken brengen, dat je kunt terug gaan en zeggen: daar breekt het. Dat zit ook in het eerste gesprek tussen Kathleen en Wim: het moment dat hij voor het eerst twijfelt aan zijn schuld.”

 

“Pas wanneer Saskia de vriendin van haar ex volgt, krijg je als lezer voor het eerst de indruk dat dit wel degelijk een thriller is. Dat is op bladzijde 156. Neem je hiermee geen groot risico?”

“Ik krijg die opmerking vaker. Juist, het verhaal heeft een grote aanloop, maar dat doe ik heel bewust om de karakters te laten rijpen. Zodat hun handelingen niet ongeloofwaardig overkomen. Ik neem daar een risico, sommige mensen haken daarop af, daar heb ik respect voor. Maar ik wil het zo. Ik denk dat mijn lezers dit appreciëren, dat ze weten dat het verhaal dit nodig heeft.”

 

“Zijn vrouwen de meest geraffineerde moordenaars?”

“Ik denk het wel. Ik heb vaak contact met een procureur, bij wie ik een aantal dingen naga. Hij vertelt me dat elk jaar een aantal moorden nooit wordt opgelost, meestal omdat ze zo geraffineerd werden gepleegd. Wanneer vrouwen tot het uiterste worden gedreven, denk ik dat ze tot heel geraffineerde dingen in staat zijn. “

 

“Ik lees op diverse websites lovende commentaren op jouw boeken maar de commentaren komen bijna uitsluitend van vrouwen. Vormt dit de ideale combinatie? Vrouwelijke schrijvers die boeken schrijven die vrouwen graag lezen?”

“Toch krijg ik via de mailbox regelmatig lastige vragen hoor. Of ik hoor wel eens een pertinente mening op de boekenbeurs. Kijk, ik lees graag Pieter Aspe, of Toni Coppers, noem maar op. Maar aan het eind denk ik altijd, ik mis daar iets in, ik mis emotie. Het feit dat vrouwenthrillers nu succes hebben, betekent dat het thrillergenre het daar een tijdje aan heeft ontbroken.”

 

“Het viel me op dat de lezer soms zwaar op het verkeerde been wordt gezet. Bijvoorbeeld wanneer Saskia naar Wim kijkt terwijl die slaapt, en zich tevreden toont over het feit dat hij zichzelf de schuld geeft. Dat dat alvast een begin is. Strijk je daarmee niet in tegen enkele conventies?”

“Neen, want zij is ervan overtuigd dat dit wel zijn schuld is. Zij heeft gedaan wat ze wilde doen, maar de oorzaak ligt nog altijd bij hem. Dat vergeet me niet, slaat ook op haar, niet alleen op het kind. Hij heeft ook haar uit het oog verloren.”

 

“In feite is de psychologe, Kathleen een hoofdpersonage dat meestal langs de kant staat. Van waar heb je dat idee? Welke voordelen geeft dat?

“Dat is een logisch gevolg van het feit dat ik niet met een rechercheteam wilde werken. Ik wilde dat het verhaal gebeurt terwijl je het leest, niet dat alle feiten al achter de rug waren.”

 

“Met de verkrachting van Karin maak je expliciet duidelijk dat een vrouw hierdoor helemaal ontwricht kan raken, compleet geruïneerd wordt. Hoe kan een man in zo’n situatie dan goed reageren?”

“Dat is een moeilijke. Ik denk dat je daar toch een psycholoog voor nodig hebt. Voor een man is het moeilijk dat beeld voor zich te zien dat zijn vrouw is misbruikt. Ze moeten apart opnieuw aan de relatie bouwen.”

 

“De moeder van Wim loopt door het ganse verhaal, maar krijgt niet echt een rol toebedeeld. Wat is haar functie?”

“Die heb ik bewust in het verhaal geschreven om een dwaalspoor te leggen. Vanwege haar dementie zou het mogelijk kunnen dat zij iets met dat kind kan doen. Uiteindelijk zorgt zij voor een stukje voor de ontknoping. Zij is het die Wim zegt naar het kind te luisteren. Op dat vlak is zij de katalysator.”

 

“Je hebt helemaal geen moeite lang uitgesponnen, maar geloofwaardige seksscènes te schrijven. Ze kunnen overigens best opwindend zijn, bijvoorbeeld wanneer er cava over lichaamsdelen wordt gegoten. Maar opnieuw bewijs je dat een vrouw in staat is om na fantastische seks te vervallen tot een manipulatieve bitch. Des mensen? Des vrouwen?”

“Ik weet niet of ik het zou kunnen, ik zou seks niet kunnen gebruiken om een moord te plannen. Ik denk wél dat sommige vrouwen tot zulke dingen in staat zijn. Zoals mannen hun macht kunnen misbruiken, doen vrouwen dat evengoed. Ik denk dat een hongerige man veel wil doen voor een vrouw die haar diensten aanbiedt.

 

“Wat zijn de vereisten voor een goede seksscène? Krijg je daar veel (ernstige) reacties over?”

“Neen, dat valt mee. Alleen voor een cadeauboekje voor de Bibliotheek in Bilzen voorzag ik twee pittige seksscènes, waaronder één in een lift. Daar kwamen wat vragen over, maar de uitgever vond dat het er in moest blijven. Eigenlijk vallen die reacties goed mee. Ik had er meer verwacht. Meer zelfs, mensen zeggen me dat ze het prikkelend vinden zich soms aan de kant te gooien en hun vent vast te pakken. Dat is positief natuurlijk en een seksscène is toch een stukje beleving.”

 

VERGEEF ME

“In dit boek heb je de structuur, meer dan in het vorige boek, los gelaten. Je werkt om en om met italiques en vertrouwt er op dat de lezer de flashbacks en vertelstandpunten zal volgen. Moet je niet veel vertrouwen hebben in de lezer om dit aan te durven?“

“Ik heb inderdaad reacties gekregen van mensen die zich daar niet in vonden. We zijn het boek aan het herwerken, er komt een nieuwe druk. Zowel de uitgever als ik zijn het erover eens dat we het anders gaan aanpakken. We behouden de bestaande hoofdstukken, maar werken met de namen van de hoofdpersonen, zoals in Zuur. Dat is veel duidelijker.

 

“Het schrijven van een thriller lijkt een psychologische uitdaging voor jou. Meer dan de plot is de evolutie van de karakters belangrijk. Is dit een typische vrouwelijke inslag?”

“Ik zal eerder een personage uitdiepen dan een scène. Ik denk dat een scène spannender wordt als je je kunt inleven in het personage. Door de diepgang wordt de scène dan eventueel bloedstollend.”

 

“Yasmine kan en wil op een zeker moment niet kiezen tussen David en Simon. Ze speelt ze tegen elkaar uit, zet ze allebei in wacht voor een relatie, gaat met beide naar bed en werkt op de gevoelens van de twee mannen. Nogmaals: des vrouwen? “

“Denk ik wel. Vrouwen kunnen door hun emotionaliteit moeilijker kiezen.”

 

“Ook het begrip verlies lijkt me een terugkerend thema. Mensen treuren om gestorven familie, afgesprongen relaties, gedode kinderen. Eigenlijk wordt er niet veel gelachen in je boeken.

“Dat vind ik nou net moeilijk: humor steken in een thriller. Als persoon maak ik heel veel grapjes, met de kinderen, op school, maar ik vind niet dat dit thuis hoort in boeken. De enige bij wie het volgens mij goed aansloeg was bij Marion Pauw, in Zondagskind, verteld vanuit het perspectief van een oude vrouw. Daar kon ik hard om lachen, dat was visueel zo mooi geschreven. Maar ikzelf? Emotie, spanning, erotiek, ik vind dat al heel wat.”

 

“Vind je dat je respect krijgt voor je boeken van lezers, pers, vaklui, uitgever? Je geeft uit bij Lannoo, een atypische uitgever voor thrillers, aan de andere kant van het land trouwens.”

“Afstand is geen probleem. We hebben maar een pierenlandje, nietwaar? Respect krijg ik van mensen waarvan ik dat wil. Ik was ooit aanwezig bij een prijsuitreiking waarbij de laureaat door de presentator in de grond werd geboord. Diezelfde man gaf mij eens een lastige recensie, waar ik dagen lang niet goed van was. Ik weet dat recensenten zowel het goede als het slechte moeten bespreken, maar hij speelde niet de bal, maar de speler. Maar ik heb het een plaats kunnen geven. Als het op die manier moet, hoeft het voor mij niet. Geef als recensent opmerkingen over spanning, personages, wat dan ook, maar een dooddoener plaatsen als de cover is beter dan het boek doe je niet. Je bent toch met mensen bezig? Hebban.nl, Vrouwenthrillers.nl, die sites zijn voor mij wel belangrijk. Het belangrijkste is dat ik er iets van bijleer. Wat kan ik als schrijver gebruiken om er beter van te worden?”

 

ZUUR

“Zwavelzuur in je gezicht krijgen moet een van de zwaarste straffen zijn die er bestaan. Kan wraak zo diepgeworteld zijn? Het lijkt me wreder dan moord?”

“Ik vind dat wreder dan moord. Want met een blik in de spiegel word je geconfronteerd met dat moment uit je leven dat alles kapot maakte. Zie je je eigen gezicht, zie je ook het gezicht van de dader. Jaren geleden zag ik een film op youtube van Katie Piper. Zij had een vriend, die ze fel had afgewezen, en die zich heeft gewroken door zuur op haar te gooien. Zij schreef er een boek over. In Aziatische landen wordt het blijkbaar gedoogd, als een goedmaking voor een vernedering. Dat voorval hier te lande met die mevrouw in de Delhaize, was nog niet gebeurd. Het kan blijkbaar overal gebeuren, op elk moment.

 

“Het tweede deel van dit boek schreef je bewust in een andere toonaard. Je personages zijn jonger, spreken de taal van de jongeren en acteren grotesker. Heb je begrip voor commentaren die dit gedeelte meer young adult vinden?”

“Dat mag ook. Zelf vind ik dat een van de sterkere delen uit het boek. Het thema van transgender is een thema dat nauwelijks voorkomt in boeken, en de manier waarop Emma/Emmet wordt aangepakt, is mensonterend. Ik moest zelf wenen toen ik die scène schreef. Ik ken voorbeelden waar men er op een menselijke manier mee omgaat, maar het kan zo vaak fout lopen. Ik heb de scènes aan mijn tienerdochter laten lezen, en zij overtuigde me dat het hun spreektaal was, de taal die zij begrijpen.”

 

“Op een bepaald moment zegt Kathleen dat ze voelt dat de vooruitgang die ze maakt met Cara de volgende ochtend weer teniet lijkt gedaan. Hoe kan Kathleen dat weten?”

“Ze bouwt met Cara iets op, en gebruikt daarvoor de metafoor van de steentjes in je rugzak, terwijl je een berg beklimt. Als ze de volgende dag wil beginnen vanaf dat punt, moet ze van verder beginnen. Dat kan een keer gebeuren, dat je hervalt, maar niet keer op keer. Want dat is een bewijs dat je wordt tegen gewerkt.”

 

“Schrijf je gestructureerd of intuïtief?”

“In het begin heel intuïtief, op buikgevoel, dat is voor mij belangrijk. Dan probeer ik een scène te bedenken die mij als lezer zou triggeren, dat kan gevoelsmatig zijn, het kan een beeld zijn. Pas na een aantal hoofdstukken begin ik die uit te werken. Vervolgens zet ik alles op post-its zodat ik een overzicht heb van welke scènes ik zeker wil hebben. Meestal wijzig ik de volgorde. Ik denk wel dat 70 % van het verhaal er in twee keer op staat.”

 

“Weet je op voorhand wat je eindscène zal zijn?”

“Neen, want die bewuste eindscène op het kerkhof heb ik helemaal veranderd omdat ik voelde dat het niet klopte. Ik kon er mijn vinger niet opleggen, mijn redactrice evenmin. Na een tijdje had ik door dat de verkeerde personages dood waren. Hoewel de wraakgedachte het thema is, wilde ik het verhaal toch positief eindigen. ”

 

“Waar wil je naartoe als schrijfster. Wanneer ben je klaar?”

“Ik wil gewoon elk jaar een goed boek afleveren. Daarnaast heb ik nog enkele kleine projecten, zoals een vervolgverhaal voor de Flair. Ik wil in de mate van het mogelijke met elk boek wat groeien. En met mijn lezers blijven rekening houden.”

 

“Ben je een bekende BB-er geworden, bekende Bilzenaar?”

“Dat valt wel mee. Veel mensen kennen mij, veel mensen nog niet. Ik denk dat een bekende schrijver in Vlaanderen weinig voorstelt. Als ik op de boekenbeurs de rij bekijk wanneer ik moet starten, ben ik wel tevreden. Daar heeft Lannoo veel aan bijgedragen, het geeft mij het gevoel dat ik goed bezig ben.”