Herman Teirlinck

Herman Teirlinck 1879-1967

Herman Teirlinck was, zo wil ik besluiten na het doorploegen van de biografische turf van Stefan Van den Bossche, wellicht niet onze beste schrijver, maar wel een van de belangrijkste. Zijn literair werk is inspirerend, creatief en divers, maar vertoont een ongelijke kwaliteit. Toch is hij een van de meest gepubliceerde, geciteerde en bekroonde Vlaamse auteurs. Medestanders prijzen doorlopend zijn veelzijdigheid, beweren dat hij niet voor een gat te vangen is en voortdurend actief op zoek ging naar nieuwe horizonten. Hij was een inspirerend middelpunt voor zijn tijdsgenoten, wat hem, over enkele generaties heen, zeker wanneer hij ouder werd, tot de ideale culturele poppenspeler maakte van kunstzinnig Vlaanderen.

Teirlinck werd geboren op 24 februari 1879 in de Vier WIndenstraat in Molenbeek. Zijn vader Isidoor en zijn moeder Oda zijn onderwijzers. De familie is relatief welstellend, zal nog vergroten met vier meisjes. De zus van Oda huwt Reimond Stijns,die een aparte literaire carrière zal maken, en op veel vlakken de mentor wordt van de jonge Teirlinck.  

Ø In 1879 werd de BWP opgericht, vestigt Vincent Van Gogh zich in de Borinage, overlijdt Jules Anspach en is de bouw van het Justitiepaleis in volle gang.

Teirlinck is een voorbeeldige leerling, die de onderscheidingen verzamelt, tot hij hogere studies moet aanvatten. Hij slaagt in zijn eerste jaar geneeskunde, maar vindt de studie niet interessant genoeg. Hij begint aan Germaanse Filologie in Gent, verwaarloost echter opnieuw zijn studies. Hij komt niet opdagen voor zijn examens en zal uiteindelijk geen universitair diploma halen.

Hij heeft heel wat meer interesse in de jonge Mathilde en leert daarnaast de liederlijke kant van het studentenleven kennen. Dat zet kwaad bloed bij Isidoor Teirlinck, die hem van zijn lief tracht weg te houden, wat het begin wordt van een moeilijke verhouding.

Op zijn zeventiende maakt Teirlinck kennis met de literaire wereld van Brussel. Samen met een vriend sluit hij aan bij de Distel, een Brussels kunstgenootschap. Vrij snel groeit hij uit tot een van de actiefste leden. Hij werpt zich op als enthousiast inzender van teksten bij diverse tijdschriften, waaronder de Jonge Kater, in meer dan een opzicht een interessante titel. Hij schrijft poëzie (niet goed), essays en proza. Van zijn vader bekomt hij echter het vlijmscherpe oordeel: “Gij zijt verdwaald en ge blijft verdwaald.” Hij bezorgt zijn zoon echter een job bij het Brussels stadsbestuur. Mathilde wordt zwanger, zodat ze maar trouwen. Dat vormt helemaal geen bezwaar voor Teirlinck om de bloemetjes buiten te zetten. Daardoor krijgt hij thuis wel eens een koele ontvangst.

Een kentering komt er voor Teirlinck, wanneer hij Karel van de Woestijne leert kennen in Gent. VDW stelt hem voor aan Cornelis van Dishoek, een Nederlands uitgever, die de eerste literaire werken van Teirlinck zal begeleiden. Op 20-jarige leeftijd publiceert Teirlinck zijn eerste verhaal La Main Noire, het jaar erna zijn eerste Nederlandstalige tekst: Winterhistorieken, beide in studentenalmanakken.

Ø De jaren 1900-1901 zullen heel belangrijk worden voor Teirlinck. Er is veel sociale oproer, zeker in de mijnen. De Art-Nouveau-gebouwen in Brussel rijzen uit de grond. Horta en Hankar maken school.

Het tijdschrift Van Nu en Straks werd gesticht in 1893, met de zeer bekwame kunsthistoricus August Vermeylen aan de basis. Vormgeving en opzet maken meteen indruk. Henry van de Velde verzorgt immers de typografie. De productie van het tijdschrift valt echter te duur uit, zodat het al in 1894 stopt. Vanaf 1896 wordt het onregelmatig hernomen tot 1901.

De tweede reeks van het tijdschrift is goedkoper, kleiner en zonder verbluffende typografie. De lijst medewerkers van dit tijdschrift leest echter als een who’s who van de traditionele Vlaamse literatuur: Vermeylen, Jef Mennekens, Emmanuel de Bon, Prosper van Langendonck, Hugo Verriest, Guido Gezelle, Karel van de Woestijne, Cyriel Buysse. Teirlinck publiceert er voor het eerst in 1898. Al op 18 jaar bepaalt hij mee de redactionele lijn.

Ø Op 23 maart 1902 krijgt Prins Albert aan de Munt te maken met enkele honderden betogers. Het wordt het begin van een uitdijend oproer met enkele tientallen doden en gewonden, vooral in de Brusselse volkswijk de Marollen, waar de gendarmes worden geconfronteerd met gebarricadeerde straten en steegjes. Op 7 april wordt er een bomaanslag gepleegd op de Nationale Bank. Op 15 november volgt een mislukte aanslag op Koning Leopold II. Op 11 maart houdt Priester Daens zijn eerste redevoering in het Belgische Parlement. Het gezin van Paemel van Cyriel Buysse, drijvend op de miserie van de kleine mens, wordt voor het eerst opgevoerd. De eerste waarheden over de kolonie Congo beginnen door te sijpelen.

Herman Teirlinck zet vaart achter zijn literaire carrière. Hij is grafisch onderlegd en kan moeiteloos knappe illustraties creëren, als het moet in de nieuwe Art Nouveau-stijl. Voeg daar zijn bovenmatige spraakvaardigheid aan toe en een feeling voor commerce en je hebt dadelijk een mondige persoonlijkheid, die vlug bij Van Dishoek in een goed laatje ligt. In de zomer van 1902 is Teirlinck in de weer met de oprichting van een  nieuw tijdschrift dat later Vlaanderen zal heten , maar eerst nog De Schelde was getiteld. Het eerste nummer verschijnt in januari 1903, met een indrukwekkende namenlijst als medewerkers.

Teirlinck, die voor het stadsbestuur van Brussel werkt, Dienst schone kunsten, krijgt de verantwoordelijkheid toegeschoven over de KVS. Daarbij genereert hij een levenslange liefde voor het theater. Naast zijn literaire carrière zal hij tal van toneelstukken schrijven, en op latere leeftijd uitgroeien tot een icoon in het Vlaamse theater. In 1904 heeft Teirlinck het naar eigen zeggen nog nooit zo idioot druk gehad. De combinatie van werk en literatuur wordt zwaar. In 1905 verhuist Teirlinck naar Linkebeek, hoewel hij de stad Brussel nooit loslaat. Zijn oom Stijns overlijdt, maar het gezin van Teirlinck verwelkomt een tweede dochter. In Linkebeek wordt Teirlinck in no-time de zon waarrond alles draait. Hij is begaan met de plaatselijke theaterwereld. In de jaren dat Teirlinck er geleefd heeft, bracht het Linkebeekse amateurtoneel niet minder dan 29 stukken op de planken.

Ø Op 29 mei 1905 wordt de haven van Zeebrugge in dienst genomen en op 12 augustus het Centraal Station van Antwerpen ingehuldigd. In 1907 domineert de auto stilaan het straatbeeld, maar ook het openbaar vervoer zit in de lift. De situatie in Congo wordt een thema in de verkiezingen van mei 1908. De algemene legerdienst wordt ingevoerd.

In juni 1907 ontmoet Teirlinck de beroemde theaterdiva Sarah Bernhardt, die echter op haar retour is. Tussendoor is Teirlinck betrokken bij de voorbereiding en oprichting van de Vereniging voor Vlaamse letterkundigen. Met Mijnheer Serjanszoon en Het Ivoren aapje publiceert Teirlinck zijn eerste ernstige romans. Maar in 1908 ziet Teirlinck zich genoodzaakt door het overlijden van zijn zus het beheer over te nemen van de meubelfabriek van zijn zwager. Teirlinck bewijst dat hij van vele markten thuis is. Zijn financiële toestand begint zich ook te verbeteren. Hij treedt toe tot de vrijmetselaars. In 1910 wordt Teirlinck aangesteld als leraar in de normaalschool Charles Buls.

Ø In 1910 is België het dichtst bevolkte land ter wereld. Het is hier dat de geïndustrialiseerde economie in Wallonië zich begint te ontwikkelen. Drie politici, de drie kraaiende hanen,  waaronder Camille Huysmans, ijveren voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. In het middelbaar werd die kentering al ingezet. In 1911 krijgt Maurice Maeterlinck de Nobelprijs literatuur, maar tien procent van de Vlaamse jeugd is nog analfabeet. In 1912 wordt de internationale spanning voelbaar.

In Vlaanderen ontspant zich een literaire tweestrijd, gestoeld op de heersende politieke strekkingen en verpersoonlijkt door Stijn Streuvels en Cyriel Buysse. Uiteindelijk haalt de eerste opnieuw de vijfjaarlijkse taalprijs binnen. In Linkebeek ijvert Teirlinck voor de post van burgemeester. Hij wordt niet gekozen, maar animeert volop de plaatselijke verkiezingsstrijd. In 1912 roept Teirlinck de beruchte Mijolclub in het leven. De naam van de club heeft verscheidene betekenissen maar refereert wellicht niet toevallig naar een vrouwelijk lichaamsdeel. Voor de clubleden is gezellig samenzijn het allerbelangrijkste. Maar politiek en literatuur zijn nooit ver weg. Bekende leden: Gerard Walschap, Ernest Claes, Raymond Brulez, Maurice Roelants, Karel Jonckheere, August Vermeylen en Teirlinck. Er worden regelmatig buitenlandse gasten uitgenodigd.

Ø In 1914 is het zover. Wanneer Aartshertog Franz Ferdinand wordt vermoord, beginnen de Europese domino’s te vallen. Op 6 augustus zetten de Duitsers hun offensief in, vanaf oktober begint de stellingenoorlog aan de IJzer. Op dat ogenblik is Teirlinck 35 jaar. De nieuwe politieke situatie tijdens de bezetting doet de Vlaamse literaire wereld in twee kampen uiteenvallen. De Vlaamsgezinden willen met de bezetter meewerken om enkele Vlaamse eisen te realiseren. De tweede groep verhuist letterlijk naar een ander adres en wil een neutralere richting uit. Vermeylen en Teirlinck horen daarbij. Stijn Streuvels wordt door de Duitse bezetter gefavoriseerd. Nog tal van anderen worden activist, hetzij tegen, hetzij met de bezetters. Dit onderwerp is op zich een heel boek waard.

Maar Teirlinck heeft begrepen dat het belang elders ligt, en werkt aan de kwaliteit van zijn oeuvre. De romans Johan Doxa en de briefroman De leemen torens, die hij samen met Karel van de Woestijne schrijft, verschijnen slag op slinger. Teirlinck werkt aan de oprichting van een nieuw tijdschrift, opnieuw samen met zijn getrouwe wapenbroeders.

Vanaf 1919 likt het land zijn wonden en herneemt het culturele leven zijn agenda. Nieuwe kunstrichtingen ontstaan, vaak met Antwerpen als bakermat: de Belgische avant-gardekunst, het expressionisme, het futurisme en het dadaïsme. Begin 1920 wordt Teirlinck benoemd tot leraar Nederlands van de 19-jarige Hertog van Brabant, de latere koning Leopold III. Teirlinck had al eerder het vertrouwen gewonnen van diens vader, Koning Albert I. Gedurende drie decennia zal Teirlinck zijn stempel drukken op de relaties tussen het koningshuis en de Vlaamse culturele wereld. Op het literaire vlak brengt hij zijn eigen versie van Uilenspiegel, die echter niet goed wordt ontvangen.

Op 27 juli wordt de vernederlandsing van de Gentse universiteit gestemd in beide kamers goedgekeurd. Koning Albert benoemt Teirlinck tot docent letterkunde aan de Antwerpse academie. Ondanks zijn beslommeringen neemt Teirlinck tijd voor theater. Hij legt in deze periode de basis van het Landjuweel, een wedstrijd voor theatergezelschappen. Ook de creatie van de KNS is van zijn hand.

Ø In 1925 vliegt Sabena voor het eerst naar Afrika. Maar België staat op de rand van het failliet. De regering heeft een half jaar nodig om de toestand te normaliseren. Teirlinck stelt zich in dat jaar kandidaat voor de liberalen. Maar zijn politieke carrière is van korte duur: de liberalen lopen tegen een grote nederlaag aan.

Teirlincks inspanningen voor het Vlaamse toneel worden bekroond met een eerste Staatsprijs voor Toneelletterkunde. In de zomer van 1928 sterft zijn vrouw Mathilde, net vijftig jaar geworden. De maand erna vertrekt Teirlinck naar Congo, per schip, met de bedoeling houtsoorten uit te kiezen voor zijn meubelbedrijf. Even later geeft hij dit bedrijf door aan de schoonfamilie.

Ø 1928: België wordt opnieuw welvarend. In Antwerpen wordt een wereldtentoonstelling georganiseerd, het jaar nadien wordt de NIR, de Radio-omroep opgericht. In 1929 wordt Teirlinck rector van het Hoger Instituut voor de Sierkunsten , in het Ter Kamerenbos in Elsene. De school werd gesticht door Henri Van de Velde. In 1932 wordt Nederlands de voertaal in het leger.

Terilinck hertrouwt in 1931. Met zijn nieuwe vrouw gaat hij in Beersel wonen. Daar  herwint hij de rust en steun die hij nodig heeft om zijn grootste literaire werken te produceren: Elkerlyck,  Maria Speermalie, Rolande met de bles. Vanaf zijn Beerselse berg vergenoegt hij er zich voortaan mee ver van het politieke gewoel zijn literaire standing te benadrukken. Door het aanzien dat hij heeft verworven in literaire, Koninklijke en politieke kringen, is hij voor velen een soort alleswetende raadgever. Zijn latere levensjaren hebben veel weg van een langgerekte zegetocht langs alle nationale instanties. In 1946 stichtte hij een vervolmakingscursus voor jonge acteurs. Dat werd in 1966, een jaar voor Teirlinck’s dood een staatsinrichting met de naam Studio Herman Teirlinck.

Ø Herman Teirlinck sterft op 88-jarige leeftijd aan een hartaanval. De In Memoriam artikelen zijn nauwelijks te tellen. In de actualiteit van die jaren: de stakingen van Zwartberg en een regering die regeert via volmachten. De laatste Belgische stoomlocomotief verdwijnt.

Was Herman Teirlinck een groot auteur? Hij schreef zijn bekendste werken helemaal aan het eind van zijn leven, en die zijn vooral bekend geworden door de verfilmingen ervan. Teirlinckteerde vooral op een ‘onblusbare dadendrang’ waardoor hij vele machtsposities bekleedde en waardoor hij incontournable werd. Hij bewoog zich gezwind tussen de belangrijke tijdgenoten en was meer dan eens de lijm tussen de literators van zijn tijd.

Ge zijt zovele mensen geweest. Stefan Van den Bossche. Houtekiet. 824 blz.