Nu afdrukken
Niklas Natt Och Dag

Het wrede, donkere Zweden van Niklas Natt och Dag

Het wrede, donkere Zweden van Niklas Natt och Dag © Gabriel Liljevall

Niklas Natt och Dag torst zowel letterlijk als figuurlijk een naam als een klok. Het is zijn eigen naam, geen pseudoniem. We zullen ernaar vragen, maar eerst zullen we deze rijzige man ontmoeten in het statige Ambassador Hotel aan de Herengracht in Amsterdam. In voortreffelijk Engels, wat de meeste Zweden uitstekend spreken, neemt hij me naar een aparte ruimte.

Het boek “1789” van Niklas Natt och Dag werd bekroond als beste debuut 2017 in Zweden. Een beetje onze Lize Spit dus, alleen zit deze rijzige Zweed strak in het pak en heeft hij blijkbaar plannen voor de Amsterdamse Night Scene. Hij begint zelf spontaan het gesprek.

SLITZ

"Ik was ooit zelf journalist. Ik heb daarom veel gereisd om iemand te spreken. Dit is de eerste keer dat ik in de omgekeerde situatie kom, waarbij ik zelf word ondervraagd.”

“Ik neem aan dat dit voor het blad Slitz was, waarvan u hoofdredacteur was?”

“Slitz was een magazine voor mannen. Fashion, cars, girls, …  Het startte als een grap, een of andere uitdaging in een interview. Ik begon er te werken en tien jaar later was ik hoofdredacteur. Slitz hield ermee op in 2012. “

“Wanneer voelde je dat schrijven voor een Magazine je niet meer tevreden hield? Op welk moment nam je de beslissing dat schrijven voortaan jouw leven zou worden?”

“Ik was heel eenzaam als kind. Ik zocht nooit het groepsgevoel, dat werkte niet voor mij. Ik was, mijn hele leven lang, telkens tevreden met één beste vriend. Zeker moment in mijn leven lukte dat echter niet en ontdekte ik het lezen. Ik was meteen verkocht, waarschijnlijk omdat ik de juiste boeken begon te lezen, waaronder het gigantische oeuvre van Tolkien. Ik voelde me zwaar aangetrokken door die fictieve wereld en begon mijn eigen vondsten te creëren. Zeker moment ben je zo vol van je ideeën dat je een uitweg zoekt. Door met schrijven te beginnen, neem je echter een groot risico. Eenmaal iets gepubliceerd mag iedereen er zijn mening over hebben. Dan leun ik achterover, want je kunt toch niet voor iedereen goed doen. Ik wil niet voor iedereen goed doen.”

NATT OCH DAG

“1793 is je eerste boek, die kritiek zal wel veranderen wanneer je je bekend raakt in Zweden. Of ben jij nu al een bekende Zweed?”

“Helemaal niet. Daar ben ik blij om. Ik ben niet actief op sociale media. Ik denk niet dat dit iets bijdraagt. Ik maak, dank zij dit boek, deel uit van een groep schrijvers die internationaal worden gelanceerd, daar hoef ik niets voor te doen. Doch de media zijn blijkbaar niet overdadig  geïnteresseerd. Op De Boekenbeurs van Göteborg had ik eens een interview on stage. Er was één luisteraar, en ik voelde me geflatteerd. Want dat is helemaal goed voor mij. Tenminste iemand die de moeite nam om te luisteren naar wat ik te vertellen had.”

“Jouw naam komt van een oude Zweedse, adellijke familie, die haar wortels heeft in de 15e eeuw. Ik veronderstel dat je de geschiedenis van Zweden kunt samenvatten, alleen maar door jouw familieverhalen te vertellen?”

“Niet echt. Ik was daar nooit in geïnteresseerd. Het is een zeer oude familie, dat wel. In feite de oudste adellijke familie in leven. In de prettige 16e eeuw behoorde een van mijn voorvaderen bij de rijkste mensen van Zweden. Toen hij stierf bleek dat hij het familiefortuin had verbrast. In één klap was de familie veroordeeld tot de bedelstaf. De enige toekomst die sommigen van mijn voorouders nog hadden was in het leger te gaan, en het daar te schoppen tot lager officier. “

“Dus de naam was meer een nadeel dan een voordeel?”

“Het is vooral een zeer vreemde naam. Ik werd ermee gepest op school. Je leven verandert er niet door. Alleen, ik heb nu zelf kinderen, en dan wordt het weer anders. Mensen spreken me er dikwijls op aan. Hoe ik aan dat pseudoniem kom?”

“Precies mijn idee. Ik dacht: cool pseudoniem.”

“In Zweden vinden ze het raar, en andere nationaliteiten kunnen de naam niet uitspreken.” (Dat kan ik beamen, want mijn eerste vraag was hoe je zijn naam uitspreekt. Mijn tweede ook.)

 

HET SCHRIJVEN

“Ga nog eens even terug naar dat ogenblik waarop je besliste om te schrijven. Hoe ging dat stap voor stap in zijn werk?”

“Ik schreef ooit iets in de tijdsgeest van toen ik jong was, à la Jack Keroucac of Catcher in the Rye. Het soort verhaal van een jongeman die rondscharrelt, teveel drinkt en dat vergoedt met filosofische buien. Een verhaal met niet teveel plot, maar met gebruik van een verheven taal. Ik bleek dat niet te kunnen, was er te beschaamd voor en het steekt nu ergens ver weg. In die tijd deelde ik een kantoor met een andere kerel, eveneens een beginnend schrijver, die voor een ander magazine werkte. Op een dag begon hij aan zijn eerste boek. Ik zei hem: ik wist niet eens dat jij dat in je had. Want schrijven, dat was mijn droom. Die man schreef: A Man Called Ove. Zijn naam is Fredrik Backman en zijn boek werd het grootste literaire succes in Zweden in 2012. Zo zie je maar. Maar als voorzet kon dat tellen!”

“Toen schreef jij 1793. Waarom koos je precies dat jaar als tijdskader?”

“Dat jaar kenmerkt het verval van de Gouden Eeuw in Zweden, een koninkrijk onder Gustav III en IV. Heel Europa was roerig, het was de tijd van de Verlichte despoten. In Frankrijk regeerde Robespierre met een Schrikbewind. Ook in Zweden bestond het grote contrast tussen de rijke families, die vooral oorlog voerden om het Zweedse grondgebied te vergroten, en de thuisbasis, die vaak in grote armoede trachtte te overleven. Ik koesterde die tegenstelling als achtergrond voor mijn boek. “

“Het blijkt belangrijk dat jouw hoofdfiguren zelf zeer donker zijn. Cardell heeft maar één arm en leeft in de miserie. De rechtsgeleerde Cecil Winge loopt weliswaar rond, maar is stervend aan de tering, terwijl de jonge maar naïeve Kristofer Blix in het tweede deel, een enkeltje naar de hel lijkt te nemen. Vond je het belangrijk je personages zo te opgaan in dat donkere kader van Stockholm?”

“Zeker. Ik vond het belangrijk dat ze elk een deel van de maatschappij vertegenwoordigden. Cardell is de verminkte soldaat, wiens drijfveer berust op maritieme loyaliteit. Cecil de intellectuele inspecteur, die niet wil rusten voor hij een moord heeft opgelost. Beiden gaan heel bewust in tegen de tijdsgeest enhebben geen respect voor de hogere klasse.”

“Herkent u in de structuur van Amsterdam ook een beetje die van Stockholm?”

“Behalve het feit dat hier veel water is, kan ik daar nog niet op antwoorden. Ik moet de stad nog leren kennen.”

“Geneeskunde was een vaag begrip in die tijd, zo blijkt. Geneesheren amputeren ledematen alsof het niets is. Ze lijken, behalve het personage Doctor Hagström, niet echt te weten wat ze aan het doen zijn. Ziek worden lijkt me de eerste stap naar de onafwendbare dood?”

“Helemaal juist. Geneeskunde stond in haar kinderschoenen. Ik had het geluk de hand te kunnen leggen op een belangrijk medisch werk uit de 18e eeuw, waar zulke praktijken werden beschreven. Zoals de erwt in de borst van Cecil, zogezegd om het ziektevocht uit de longen te drijven. In werkelijkheid bloed je zo gegarandeerd dood, natuurlijk. Er waren vele charlatans bij. “

“In je beschrijvingen geef je een overdaad aan Zweedse toponiemen mee (straatnamen, huizen en gemeenten). Zweedse lezers zullen daar wel raad mee weten, maar wat met andere nationaliteiten?”

“Dat klopt, en ik heb daarover gewaakt in de Engelse vertaling. Ik heb sommige plekken anders genoemd, waardoor de functie van de plek duidelijker werd, zelfs al ken je ze niet. Mijn excuses voor de Nederlandstalige lezers.”

“Wat zijn de do’s en dont’s bij het schrijven van een historische roman? “

First rule, laat de geschiedenis geen bezit nemen van het verhaal. Het vergt veel moed en weerstand om al wat je hebt opgestoken van de periode die je bestudeerd hebt, niet in je tekst te etaleren. Je moet het op een natuurlijke manier brengen, maar dat is vlugger gezegd dan gedaan. Weet je, verhalen zijn van alle tijden, en draaien altijd rond menselijke gevoelens. Je moet daarop inspelen en het verhaal vervolgens aankleden met je research. “

“Ben je vanaf nu fulltime bezig met schrijven?”

“Vanaf nu wel. De dingen gaan goed, ik werd al een keer genomineerd en zo. Dus ik ga er vol voor. Je kent het Chinese spreekwoord over de drie dingen die een man maken? Wel, ik schreef een boek, en ik heb kinderen. Nu moet ik nog een goede boom uitzoeken om te planten.”