Guido Eekhaut

Niets van wat vandaag is, is morgen zo

Heeft de futuroloog een toekomst? Na het lezen van dit interview antwoord je daar waarschijnlijk volmondig ja op. Guido Eekhaut is een futuroloog die toevallig ook thrillers schrijft. Zelden had ik een gesprekspartner die zo beslagen, belezen en gedreven is; geen enkel onderwerp uit de weg ging. Geen moeite was te veel om mij de principes bij te brengen over kernfusie, uncanny valley en wormgaten. Op één godvergeten namiddag in het Goudblommeken, een schrijverscafé in Brussel. En o ja, voor wie eraan zou twijfelen: Spanje bestaat niet. Vossen en egels wel. Nellie Mandel is een goede kennis van Guido, maar schrijvers zijn leugenaars. Zeg niet dat ik u niet heb gewaarschuwd.

 

VAN ABSINT TOT WOLVEN

 

“In je biografie op je website schrijf je wel wat je schrijft maar niet wie je bent. Wie ben je?”
“Wat ik doe dat is mijn job, dat is verschillend van wie ik ben. Schrijven is geen hobby, het is een ambacht, een kunst. De paar dingen die ik goed kon in het middelbaar hadden allemaal te maken met literatuur. Iedereen die dat heeft, heeft dat om een reden. Ik denk trouwens dat lezen en schrijven onvermijdelijk samen gaan. Dus dat bén ik. Maar niemand ís iets alleen, dus bén ik ook vader, grootvader, echtgenoot en collega. Mensen zijn een hoop dingen.”

“Hoe zou je jezelf typeren qua karakter?”
“Ik heb geen oorlogen uit te vechten met wie dan ook. Het is zoals met de Verenigde Staten. Met Amerikanen hebben we geen probleem, maar sommigen onder ons houden niet van de Verenigde Staten. We hebben een probleem met Amerika als imperialistische macht. Je moet nooit mensen aanvallen om wie ze zijn, maar om hun ideeën. Als wij beiden aan tafel zitten met verschillende ideeën, dan kan ik uw idee aanvallen, maar niet uw persoonlijkheid. Daarnaast ben ik iemand die altijd de nuances ziet. Die meegaat in de mening van anderen als die goede argumenten hebben. Ik ben pathologisch nieuwsgierig. Als iemand een boek aanprijst, is de kans groot dat ik dat koop. Het assimileren van dingen is een journalistiek reflex.”

“Is dat de reden dat je bibliografie zo wispelturig is?”
“Wispelturig is een slecht woord, hé Raymond, ...”
“Veelzijdig, dan?”
“Dat is veel beter. Het verschil, over de manier waarop mensen denken, is dat tussen vossen en egels. De analogie is van de Griekse dichter Archilochus. De filosoof Isaiah Berlin schreef daar later een essay over. Egels denken over één grote zaak, die ze constant willen verbeteren. Freud was een egel. Marx ook. Een vos interesseert zich voor alles, wil niet noodzakelijk specialiseren. Ik denk dat ik zo’n vos ben. Ik kick op alles, behalve sport.”


“Je boeken worden uitgegeven bij Manteau, Vrijdag, Link, Zilverspoor, Parelz, Kramat, Houtekiet, Van Halewyck en Verschijnsel. Ik vergeet er waarschijnlijk nog. Is het jouw bedoeling de meest gepubliceerde schrijver aller tijden te worden of verzamel je gewoon uitgeverijen?”
“Het wereldje van misdaadboeken is klein. Men komt vaak eenvoudig bij mij uit. Van Halewyck vroeg of ik een stationsromannetje wilde schrijven. De serie Witse werd telkens aan een andere schrijver uitbesteed. De Wolvenboeken kwamen er omdat Manteau iemand nodig had die daar snel drie boeken over kon schrijven. Eigenlijk is dat dank zij de reputatie die je krijgt. Dat je iemand bent die zo’n serie aan kan in een korte periode. Andersom kijk ik zelf uit naar uitgeverijen met een fonds dat bij mijn stijl past. Dat is voor een ander publiek, zij vormen geen concurrentie voor mijn thrillers.”

L1018 01“Gezien jouw productie dacht ik dat je fulltime schrijver bent?”
“Dat denken een boel mensen, maar dat heeft met mijn temperament te maken. Als ik aan een boek begin moet dat na 6 à 8 weken af zijn. Basisversie, wel te verstaan. Ik schaaf er nog aan, maanden later komt het redactiewerk. Iedereen is verschillend. Er zijn auteurs die twee jaar doen over een boek. Ik schrijf drie, vier boeken per jaar. Laat me toegeven dat ik een beperkt sociaal leven heb.”

“Wat is dan je achtergrond: journalistiek? “
“Ik ben afgestudeerd als informaticus. Ik was een van de eersten, in 1974, in de tijd toen de dieren nog spraken. Mijn diploma is al lang waardeloos. We werkten met ponskaarten en met mainframes met een geheugen van 8000 bytes. Geen kilo of giga. Programmeren in Fortran of Cobol. Ik ben daarna in de financiële sector geraakt, waar ik zeer uiteenlopende dingen deed. Tegenwoordig ben ik de officieuze futuroloog voor een bank.”

“Heb je een horizon waarvan je zegt, daar wil ik ooit geraken?”
“Ik wil een betere schrijver worden.”
“In het literaire genre?”
(Guido haalt de heldhaftige gebaren boven. Aan zijn gezichtsuitdrukking merk ik dat dit een teer punt blijkt.)
“Eerlijk gezegd, ik weet niet wat dat betekent. Ik heb feitelijk geen relatie tot deze discussie. Vroeger bestond dat: bellettrie en de rest was pulp. In de Angelsaksische literatuur vloeien genres tegenwoordig in elkaar over. Alles kruipt naar elkaar toe. Van veel schrijvers wordt op de cover niet eens vermeld dat ze SF of Fantasy schrijven. Uitgevers weten dat zij door het predicaat literaire thriller op de cover een ander segment van het publiek aanspreken.”


“Wat bezielde je in 2009 om tegelijk twee boeken in te dienen voor de Hercule Poirotprijs, waarbij geheim bleef dat je één onder pseudoniem schreef?”
“De uitgever van de Nederlandse Boekerij had een imprint voor spionage en fantasy. Hij vroeg of ik een thriller wilde proberen. Dat werd dus Rode Aarde. Vier maanden later oordeelde de uitgever: dit is een mooi boek, maar het speelt zich af in Canada. Ik wil in feite een thriller in Amsterdam, liefst in de financiële wereld en met maffia, Russen en zo.”
“Had hij meteen kunnen zeggen.”
“Dan doen we dat opnieuw, zei ik, en ik schreef een nieuw boek, Absint. Maar intussen zat ik met mijn Canadees verhaal, en dat ei wilde ik ook kwijt. Dus maakte ik een email adres, met de “ca”-extensie van Canada, en stuurde de thriller naar Manteau, met het bericht dat ik Nellie Mandel was, een Vlaamse die in Canada woonde. Of ze mijn boek eens wilden lezen? Bovendien - want Canada is wat ver - Guido Eekhaut is een goede kennis, die mag u contacteren. Ik heb Manteau weken lang op die manier bezig gehouden.”
“Lol.”
“Ok, toen ze me contacteerden om de contracten te laten tekenen, moest ik bekennen dat ik Nellie Mandel was. Ik weet nog dat het aan de andere kant van de lijn stil bleef, tot de uitgeefster plots zei: shit, dan kan ik niet naar Canada. Maar goed, we praten er over en beslissen dat we doen alsof Nellie Mandel bestaat. In Rode Aarde staat achteraan een dankbetuiging aan een heleboel Canadese vrienden, alsof het echt is. In oktober word ik opgebeld door de secretaris van de Hercule Poirotprijs, die me feliciteerde voor mijn prijs met Absint. Hij voegde er aan toe dat hij vermoedde dat ik ook Nellie Mandel was. Dan ben ik tot volledige bekentenissen overgegaan. We maakten de farce publiek op de prijsuitreiking. Eigenlijk heeft die stunt meer reclame gekregen dan het winnen van de prijs. Het was totaal niet-intentioneel, wat bewijst dat je de beste marketingstunts niet kunt voorzien.”

“In Aliette’s gevoel van wraak heb je het over Oradour. Vind je het goed dat de huidige generatie door dit dorp fysiek kennis kan maken met de gruwel van de Tweede wereldoorlog?”
“Ik kende Oradour van een oude foto. Ja, ik denk dat mensen moeten beseffen dat die dingen gebeurd zijn. En nog gebeuren, want het oorspronkelijke einde zit niet in dat boek. Bij wijze van epiloog schets ik daar dezelfde situatie in Afghanistan, maar dan met een Britse patrouille.”

“Jij schreef drie boeken voor de serie Wolven op Eén. Wat vind je van de verfilming van je werk?”
“Mijn werk werd niet verfilmd, het liep andersom. Manteau contacteert me en stelt de serie voor. We zijn naar de set gaan kijken, dat gebouw bestaat echt. Ik mocht drie boeken schrijven, waarvan het tweede op basis van de televisiereeks. Die boeken zouden verschijnen wanneer de serie werd uitgezonden. Maar de VRT liet die serie twee jaar in de schuif liggen. Het is dus in feite een romanisering.”

 

L1018 05KINGSTON NOIR
“De eerste personages uit Kingston Noir, Alexei, Amos de Joodse agent en een stuk of wat terroristen vinden allemaal vroeg de dood. Ook Anna Weis en haar dochter Lucy dienen alleen maar om de intrige naar Jamaica te verplaatsen. Neem je daarmee geen risico?”
“Dat is toch mooi?”
“Maar kan de lezer niet afhaken bij gebrek aan empathie?”
“Dat moet je toch doen als schrijver? Ik plan mijn boeken niet vooraf. Een boek bij mij is iets organisch. Dat ligt aan mijn temperament. Ik heb natuurlijk een idee waar ik naar toe wil. Maar voor ik met mijn plot in Jamaica ben, weet ik niet wat daar gaat gebeuren. De intrige kan veranderen. Dat hoort er eenmaal bij, dat is het avontuur van het schrijven. Dat je je eigen boek ontdekt.”

“In de hoofdstad, Kingston, worstelt commissaris Jennifer Vassell met een seriemoordenaar. Was het aangenaam om onderzoek te doen in Jamaica?”
“Ik ben er nooit geweest, Canada evenmin. Gelukkig bestaat Google Earth. Voor de romans van Nellie Mandel had ik het geluk dat een vriendin er woont. Want praktische details vind je niet op Google, hoe goed je ook zoekt. Bijvoorbeeld, neem mijn hoofdpersonage: zij is hoofdcommissaris in een klein stadje. Waar doet die haar inkopen? In wat voor soort winkels? Dat soort idiote informatie is het moeilijkst. De rest is een spel van illusies. Schrijvers zijn leugenaars. Het komt er feitelijk op neer dat je de waarheid moet suggereren. Alles moet substantie hebben.”

“Het lijkt er op dat Jennifer een verleden heeft in Londen, waar je niet veel over prijsgeeft. Houd je dat nog in de mouw?”
“Ik weet het niet. Daar moet ik eerst een goed verhaal voor hebben. Een relatie vond ik niet relevant. Zoals je zei, de plot was al een keer van locatie verhuisd, dan wilde ik het niet nog eens over Londen hebben. Ik doe geen series. Het langste dat ik een serie volhoud is drie boeken. Bij het derde boek krijg ik gegarandeerd jeuk. “

“We maken kennis met een Joodse Katsa en een Kidon-team. Ligt het verschil tussen die twee in de mate waarin ze geweld mogen gebruiken? “
“Er bestaat een verschil, zoals bij FBI en CIA, maar hoe dat precies zit, weet ik niet meer. Mensen denken vlug dat je expert bent in alles waar je over schrijft. Ten tijde van Absint, moest ik op de Nederlandse media vragen beantwoorden over de Amsterdamse maffia. Alleen ken ik daar geen bal van af. Toch niet meer dan wat in het boek staat. Ik heb daar geen studies over geschreven, ik schrijf maar een boek. Daarom houd ik ook van toekomstverhalen. Daar heb ik volledig vrijheid.”

“Je begint er zelf over. Wat boeit je in sciencefiction, dat je niet bij thrillers vindt?”
“Toen ik 15 was, vond ik een boekje van Jack Vance, The Dragon Masters. Ik kreeg ter plaatse een visioen: waar was dat boek mijn hele leven (sic) gebleven? Nadien leerde ik de witte Meulenhofjes kennen. Voor elke SF-lezer van mijn generatie was dat het vloeiende goud. Elk nieuw boek uit de serie kocht je zonder nadenken. Ik was wel kritisch over SF, maar vooral geboeid door het spel met ruimte en tijd en de anachronismen dat dit opleverde. Ik vond de dagelijkse wereld altijd maar een beetje saai.”

“Heeft SF misschien een probleem met geloofwaardigheid?”
“Wat je schrijft moet geloofwaardig zijn, juist zijn binnen de context. Het verhaal in SF is belangrijk, personages ook, alles wat het literair maakt, moet daar in steken. Maar, en plus, er moeten ideeën in zitten, niet noodzakelijk een toekomstbeeld. Stel: ik schrijf een thriller met als premisse dat het menselijke brein kan gedownload worden in een computer. Dat is een van de wetenschappelijke ontwikkelingen waarover men al jaren nadenkt. Je vertelt de lezer: het is vandaag niet mogelijk, maar we nemen aan dat het binnenkort kan. Alles in het boek moet dan kloppen binnen die context. Er mogen geen sprekende bomen in voorkomen, je moet geen absurditeiten bedenken. Je boek moet inherent correct zijn. Dat geldt overigens voor de realistische literatuur.”

(Gaat gedreven verder.) “Vaak zit de onwaarschijnlijkheid waar je het niet verwacht. Ik denk aan een film waarin een boodschap wordt gestuurd naar een andere planeet. Drie minuten later in de film, staan die buitenaardse wezens inderdaad voor de deur. Dan denk ik: dat kan niet. De boodschap kan ten hoogste met lichtsnelheid worden doorgegeven, en dat betekent dus een paar honderd jaar later. Wees maar de scenarioschrijver die dat aannemelijk moet maken. Zelfs onze zogenaamde actiefilms zijn niet realistisch. Kerels die eindeloos doorschieten zonder munitie te laden. Gevechten van tien minuten met doodsklappen over en weer. Zulke onwaarschijnlijkheden slikken we als zoete koek.”

L1018 17(Nog steeds op zijn stokpaardje) “In Star Trek had Mr Spock een communicator. Niemand had dat, in 1966. De kinderen van toen verwezen later naar de fictie van Star Trek en beweerden: weet je nog, dat moeten wij toch kunnen bouwen? Toen werd de gsm geboren. Als je nu naar 2001 kijkt, de film van Kubrick, dan blijkt die heel visionair. Je ziet twee astronauten met een tablet, waarop voortdurend letters en tekens verschijnen. Allemaal trucage. In 1968, het jaar van de film, bestonden beeldschermen nog niet. Wat deed het productieteam van Kubrick? Ze maakten stop motion films, zoals tekenfilms, en projecteerden die andersom op een glazen plaat, zodat het leek op een computerscherm. Jules Verne was ook zo’n visionair. Natuurlijk, hij bracht wel een onderzeeër in de tijd dat men daar volop mee aan het experimenteren was. Ook H. G. Wells deed een aantal profetische voorspellingen in zijn eerste novelles. Kortom, van de duizenden SF films en -boeken slagen er slechts een paar in om de nagel op de kop te slaan."

 

SINGAPORE CONCERTO
“Ik meen dat in Singapore Concerto nergens een jaartal wordt vermeld, maar stadstaat Singapore is uitgegroeid tot een militair gereguleerd systeem, een politiestaat, waar corruptie en observatie elkaar in evenwicht houden. Is dat jouw idee van de toekomst?”
“Het is niet onmogelijk dat ginds opnieuw stadsstaten ontstaan, zoals Venetië en Genua in het verleden. Vandaag bestaan er natiestaten die binnen hun grenzen eigenlijk zinloos worden. Neem nu Spanje. Spanje als natie is absurd. Spanje bestaat niet. Catalonië is modern en rijk, zoals hier. Andere gebieden niet. Ik zag het op vakantie, in Murcia, dat toen de allure had van de Vlaamse kust, anno jaren zestig. Je gaat me niet vertellen dat de evolutie in die twee Spaanse deelgebieden gelijk is. Catalonië wordt misschien ooit onafhankelijk, net zoals sommige regio’s in Europa. Dat is geen politieke beslissing, eerder economisch. Het mag niet verwonderen dat Hongkong, of het Zuiden van China zich zouden afzonderen van het China, dat nog in de 16e eeuw leeft. Onderschat nooit de sociologische gevolgen van technologische vernieuwing. Wie in 1985 beweerde dat de Sovjet-Unie uiteen zou vallen, werd naar huis gelachen. Niets van wat vandaag is, is morgen zeker.”

“In dit Singapore wordt het sociale verschil gemaakt door afkomst. Vreemd genoeg komt zowat iedereen van Chinese ouders, maar bepaalt de zuiverheid van het ras de sociale rang. Opnieuw: is dat jouw idee van de toekomst?”
“Ik denk dat dit zeer sterk speelt. Dat is des mensen. Wanneer we geconfronteerd worden met een wereld waarin alles snel verandert, blijf je altijd de afstand naar de identiteit meten. Vandaar dat immigranten uit Noord-Afrika voor ons aanvaardbaarder zijn wanneer ze Nederlands praten. In andere culturen is dat nog sterker, Indië bijvoorbeeld.”

“Toch kan Luitenant Toi gemakkelijk onderduiken. De anonimiteit aannemen is doenbaar wanneer je geen digitale sporen nalaat en altijd cash betaalt. Heeft elke toekomstige modelmaatschappij dat donkere kantje, waardoor een groot deel van de bevolking buiten de comfortzone valt?”
“Dat hangt ervan af hoe ver we gaan met digitale controle. Het wordt een probleem wanneer ze ons allemaal taggen. Er bestaat een sociale grens waar men niet over gaat. De robots in de meeste filmpjes die je ziet, zijn niet humanoïde. Ze lijken niet op mensen. Dat is wat men uncanny valley noemt. Een robot die teveel op een mens lijkt, werkt afstotend. Dat is veel te dichtbij, omdat het ons confronteert met een alternatief.”

“Kortom, het Singapore in jouw boek lijkt een fictief laboratorium voor wat we in het Westen kunnen verwachten: afhankelijk van energie, corrupt, donker, fel gestructureerd. Is er nog een positieve noot?”
“Het probleem is dat je nooit een boek kunt schrijven over een utopie. Niemand zal dat lezen. Dystopieën zijn wel interessant omdat er conflict in huist. Daar heb je wat aan als misdaadschrijver. Een oude schoolkameraad van mij blijkt hoofdcommissaris van Halle. Toen ik vroeg hoeveel moorden er in Halle gebeuren, was het antwoord: geen. Leuven heeft op dit moment zes of zeven misdaadauteurs, waaronder Jo Claes en ikzelf. Hoeveel moorden gebeuren er in Leuven? Twee, in een slecht jaar. Vandaar dat ik geneigd ben verhalen in exotische locaties te brengen, of naar de toekomst, of geschiedenis.”

L1018 26“Het hele boek is doordrenkt met dezelfde sfeer als Blade Runner, met Luitenant Toi in de rol van Harrison Ford. Ook in Singapore lijkt het doorlopend deprimerend weer.”
“De invloed is onvermijdelijk, vrees ik. Blade Runner was een visionaire film. Het heeft wel iets: de film noir en de toekomst samen voegen, gebaseerd op de problemen die we vandaag kennen. Neem nu: artificiële intelligentie. Men bestudeert dat, maar hoe verhoudt zich dat? De vraag is, zitten we daar op te wachten? Het is interessant om er over te speculeren. Stel je voor dat we zelfbewuste machines hebben, wat gebeurt er dan met onze samenleving? Die machines gaan rechten eisen. Waarom zouden die geen rechten krijgen? Niemand is daar op voorbereid. Of neem nu kernfusie. Men beweert vandaag dat kernfusie onze energieproblemen binnen dertig jaar zal oplossen. Alleen, dat zei men ook al in de jaren zestig. Dus we geraken er blijkbaar niet; onderzoek blijft voortgaan. Men steekt er voorlopig meer energie in dan dat men er uit haalt. Maar veronderstel dat je dat hebt uitgevonden: wat ga je met de oude manieren van energie doen? Kernfusie is de meest propere soort energie die er zal bestaan. Je hebt alleen zwaar water nodig. Je hebt geen afval.”

“Zal de Arabische wereld het oliesprookje zomaar uit handen geven?”
“De Arabieren beseffen maar al te goed dat er een einde komt aan de olie. Ze hebben niets anders dan dat. De grote technische renovaties komen niet van daar hé? Wel uit Zuid Oost Azië, dat is de volgende wereldleider, economisch gezien. Die zijn binnen tien jaar op het niveau van Amerika en Europa, misschien ver daarboven. Zijn we daar op voorbereid? Ik denk het niet. Afrika wordt trouwens de volgende consumptiepoot. Daar leven heel wat jonge mensen. Die willen allemaal een smartphone. Landlijnen, vezelkabels, dat hoeft niet meer. De technische revolutie slaat daar een stap over. Afrika wordt het kindje van China, niet alleen vanwege de grondstoffen, maar ook omdat het een enorme afzetmarkt is. De Chinezen zijn geen betere meesters dan wij geweest zijn, maar dat kunnen we hen moeilijk verwijten. China is de voorbij 2500 jaar wereldleider geweest. Alleen vanaf de industriële revolutie tot vrij recent hebben ze zichzelf buitenspel gezet door hun omvang. Ze zien zichzelf als rechtmatige leider, vanwege die historische traditie. Vanwege het feit dat de zeldzame indringers steeds vanuit een mindere cultuur kwamen. Elke invasie werd gevolgd door een assimilatie. China is eigenlijk altijd China gebleven.”

“Leg eens uit voor dummies wat een wormgat is?”L1018 31
“Als we daar over beginnen zijn we binnen een uur nog bezig. In het kort: een wormgat is een verbinding tussen twee niet nabije delen van ons universum. In de theoretische natuurkunde is het natuurlijk zo dat men een aantal veronderstellingen maakt. Men probeert die op te lossen door wiskunde. Niets daarvan is realiteit, er bestaan geen proeven. Om te verklaren waarom het universum functioneert, moeten we een aantal aannames maken. Relativiteit, snelheid, aantal deeltjes, ... Men heeft ontdekt dat 94 % van het universum bestaat uit deeltjes die men zwarte materie en zwarte energie noemt, dingen die wij niet kennen.”

“Je spendeert heel wat woorden aan de omschrijving van het vrouwelijke personage Izra-il, maar aan het eind van het boek weet de lezer steeds niet of ze al dan niet reëel is.”
“Neen, en dat laten we zo. Zij moet mysterieus blijven. Mensen zoeken er vaak meer achter dan er is, maar dat is het leuke van het spel, nietwaar? Niet alles in een boek hoeft een rationele verklaring.”